De Zeedijk
André Desmidt
Het begrip dijk staat eigenlijk voor bescherming. Meer bepaald bescherming van het hinterland tegen het water. Bij ons tegen de zee.
Als we even teruggaan in de tijd dan beleven we zowat 10.000 jaar voor Christus het einde van de IJstijd. De tijd toen men bij wijze van spreken te voet van bij ons naar het Verenigd Koninkrijk kon gaan. De Noordzee bestond nog niet maar was een vlakte, een toendra en steppegebied waar de mammoet leefde en gedijde. Bewijs daarvan het feit dat vissers af en toe nog een stuk dijbeen of een fractie van een mammoetskelet opvissen.
Met het smelten van het ijs op het einde van de IJstijd kwam er water tussen onze streek en Engeland. De Noordzee ontstond en onze kusten werden een schorrengebied. Onbewoonbaar tot ongeveer de lijn Oudenburg – Brugge – Aardenburg.
Daar vindt men ook de Romeinse nederzettingen.
In de twaalfde eeuw zouden de eerste mensen zich vestigen in onze streek. Schaapherders die hun kudden lieten grazen en bij hoogwater zich terugtrokken op de hoger gelegen terpen. Dergelijke terp heette De Rugge en later Koudekerke (omgeving station – Boerenhof – hoeve Desmedt) en daar werd het eerste kerkje gebouwd met errond een kerkhof en in de nabijheid een pastorie.
Met de ontluiking van het toerisme en de heilzame werking van zeewater op de mens kwam het toerisme naar Heist en paste het vissersdorpje zich aan.
In 1852 wordt een muur van arduinen blokken aangelegd als zeewering. Dit aan de Oostkant van het Leopoldkanaal. In 1855 wordt deze zeewering met 250m verlengd in oostelijke richting. Er wordt gebouwd en de basis van het toerisme in Heist wordt werkelijkheid.
Bronnen uit 1857 bevestigen het prille begin van toeristische activiteiten: een reglement op het zeebaden, diligences die rijden tussen Heist en Brugge, de eerste badkarren op het strand. De Staat begint de duinen te verkavelen. (1860).
Het Pavillon du Phare wordt opgericht (hoek Vuurtorenstraat-Zeedijk). Een eerste rustpunt voor de wandelende toeristen.
Voor het Pavillon komt er een plankenvloer (plancher). Vandaar het liedje over Marie Plancher.
Kejje gie de zuster van Marie Plancher(3X)
Kejje gie de zuster van Marie Plancher (2X) (instrumentaal you tube)
Pas in 1865 komt er een stenen zeedijk volgens plan van Piens. Ook het eerste station wordt gebouwd. Dit wordt gerealiseerd op de gronden van mevrouw weduwe Serweytens die een deel van haar grond in 1864 had verkocht aan de Spoorwegcompagnie Brugge-Blankenberge.
De zeedijk en het station worden aangewend als ontsluiting van Heist als toeristische trekpleister. De eerste stenen zeedijk, gelegen tussen de duinengronden van Serweytens en de vuurtoren, bestaat uit een laag bakstenen met daarop Doornikse breuksteen.
Palen van 3 m werden geheid met een stevige fundering bestaande uit breuksteen.
In die tijd kwam het zeewater bij hoogtij tot tegen de zeedijk. Het niveau van het strand was ongeveer 3 meter lager.
Tussen 1870 en 1874 groeit de toeristische activiteit en wordt de zeedijk oostwaarts verlengd. Stilaan maar zeker wordt dit gedeelte (tot het huidige Heldenplein) volgebouwd met rijwoningen die men villa’s noemt. De rijke burgerij uit het binnenland komt er genieten van de gezonde zeelucht, het strand en de zee. Ze vertoefden tijdens de zomermaanden op hun binnenterras en keken neer op de voorbij wandelende mensen die zij galant begroetten. Zien en gezien worden was zeer belangrijk.
De villa’s werden allemaal gebouwd volgens hetzelfde patroon. Een verdieping half onder de grond voor het personeel. Dan de belle-étage voor mijnheer en madame en eventuele bezoekers en een zolderruimte als slaapplaats voor het dienstpersoneel. In 1869 bouwt men het “Grand Hotel de la Plage” op de plaats waar voordien een paviljoentje stond.
Het gedeelte tussen het hotel du Phare en het hotel de la Plage wordt de officiële badplaats van Heist. In die tijd wordt ook de vuurtoren afgebroken en vervangen door een baken op het westeinde van de toenmalige zeedijk.
In 1873 verkoopt weduwe Serweytens een deel van “haar” duinen aan Charles Van Caloen en Gilliodts en hun vennoten die de Compagnie Immobilière de Heyst stichtten. Enkele jaren nadien reeds verschijnen het Kursaal en de eerste villa’s op die zone.
Ondertussen breidt men de badplaats westelijk uit en beoogt men een verbinding met de huizen aan het sas van Heist.
Villa’s vormen een aantrekkelijke scheiding tussen zee en strand en de poldervlakte.

De dijk wordt voorzien van zitbanken en lantaarns en vormt een aantrekkelijke promenade. In de periode 1891 – 1895 wordt de zeedijk doorgetrokken van het Kursaal (zie foto hierboven) tot aan het Grand Hotel des Bains, gebouwd in 1895. (hoek Albatrosstraat en Zeedijk). Het vormde het oostelijke eindpunt van de dijk begin 20ste eeuw.

In 1904 werd de wandeldijk in Heist volledig afgewerkt met een aanvullend deel oostwaarts van de huidige Albatrosstraat tot aan de huidige Parkstraat. Hier stopt ook de bebouwing.
De zeedijk bestond uit een rijweg en een wandelweg van 1 m breed belegd met kleine keramiektegels geel van kleur.
De zeedijk heeft ook regelmatig zware schade opgelopen: oorlogen, overstromingen, zware stormen. Dit was ook het geval voor de gebouwen. Zwaar beschadigde werden heropgebouwd meestal in een andere stijl ofwel verdwenen ze definitief (zoals het Kursaal).
Vanaf de jaren zestig komen de appartementsgebouwen en vervangen de villa’s.
De zeedijk met helling ter hoogte van het Kursaal en de Hotels de la Plage en Royal met het duidelijk lager gelegen strand
Met de appartementsgebouwen komen er ook meer bouwlagen tot 9. Van torens was er nog geen sprake. Recent mocht men op de platte daken een zadeldak bouwen. Het zogenaamde technisch verdiep. In werkelijkheid weer een bouwlaag bij.. het begrip penthouse deed zijn intrede.
Heist kreeg een nieuwe skyline. Smalend sprak men van de Atlantic Wall.
In 1998 werd onder impuls van burgemeester Lippens de volledige zeedijk (van de grens met Zeebrugge tot aan Het Zwin = bijna 10 km) heraangelegd door de gemeente. 5 aannemers werden aangesteld en in één winter was de klus geklaard ! (inhuldiging 29 augustus 1998)
Residentie Ambassade Zeedijk-Albertstrand Duinbergen
Eerste grootste appartementsblok langs de Belgische kust opgeleverd 26.11.1957
Martine Van Wynsberghe met Véronique Engelrelst ( Foto Anne-Marie Maertens)
Velen onder ons zullen zich nog de geneugten van de zeedijk herinneren. En dan hebben we het niet over de dansavonden georganiseerd door ANCO (om 10 u gedaan…) of de vuurwerken van sigaretten Saint Michel: de sigaret van de sportman ??? of de confettibals.
Als kind was het grote pret om te glijden op de arduinen zijkanten van de trappen van de dijk naar het lager gelegen strand.
Niet alle zijkanten waren daartoe geschikt want er waren er ook met metalen hindernissen.
De jongens maakten in de zomer gebruik van de helling van de dijk om een wielerpiste uit zand aan te leggen en dan werd er Tour de France gespeeld. Onontbeerlijk waren natuurlijk knikkers en kleine plastieken wielrenners (coureurtjes).


Uren konden de kinderen zich amuseren maar opgepast voor het opkomende water. In die tijd kwam de zee nog tot tegen de dijk (zone Zeebrugge tot Bristol Hotel). Wegens het niveauverschil van de zeedijk met het strand waren er niet alleen de arduinen trappen maar ook een zilverkleurig geschilderde afsluiting.
Deze werd afgebroken na de zandopspuitingen in de jaren zeventig .
Opnieuw een pittoresk zicht dat verdween. Het was nu eenmaal niet meer functioneel.
Deze afsluitingen waren identiek langs gans de Belgische kust.
De zeedijk werd ook zwaar gehavend door de overstroming van 1 februari 1953. Vooral ter hoogte van het Grand Hotel de Bains was er een grote bres. De funderingen van het hotel waren zichtbaar. De hotels beschermden het hinterland !
Dank zij de contacten en het aanzien van burgemeester de Gheldere kwam het Belgisch leger zeer snel ter plaatse om hulp te bieden. Langs de zeedijk waren alle kelders ondergelopen en velen hadden geen ruimte meer om te leven of te slapen.
In 2017 werd in Heist de her aangelegde zeedijk verbreed. Dit van aan het Heldenplein tot aan de Parkstraat.
Minder schaduw, meer wandelruimte.
De terrassen kregen een speciale ruimte en ook aan de fietsverhuurders werd gedacht.
Deze verbreding – waarover men reeds jaren palaberde – werd in enkele maanden gerealiseerd en uiteraard voorzien van de nodige commentaar.
Jammer dat men niet dezelfde stenen gebruikte als de volledige zeedijk maar dat had iets te maken met de snelheid van de werken.
In elk geval wordt er dankbaar gebruik gemaakt van de verbreding en is het comfort voor de wandelaars toegenomen!
Bronnen
Inventaris van het bouwkundig erfgoed – Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Leefmilieu en Infrastructuur 2001
Trilogie geschiedenis deelgemeenten van lic. Coornaert en Collectie Georges De Vent en foto Anne-Marie Maertens
Toestand strand 1904
