Uit het boek van Jan Beirens - Knokke rendez-vous met m'n eerste ezel - Deel 2
Zeehonden kennen we. Wanneer ze vanuit de Waddenzee, Ooster- en Westerschelde verdwaald - een zeldzaam gebeuren aan Knokke zeekust in de jaren '50 - ze eens hun gevlekt lichaam en lieflijk kopje boven zeewater uitsteken. Enigszins verward door een gestoord orientatievermogen op ongekende stromingen rondzwerven. Ze blijven kopje scheef en dan weerom ondergedoken rondom kijken en zoeken. Alsof ze zich met meelij opwekkende hondenogen afvragen: "Neptunus en god van de zee, waar zijn we nu beland?".
Maar de terugreis verliep niet voor alle zeehonden gelijk. De terugkeer - je mag het ook een doorgaan in het leven noemen - kon een oude rob niet meer aan. De oude rob loste het kielzog door Neptunus onderzeekoets achter gelaten. Verloor de richtinggevende streep van schuimend kielwater op de terugweg naar het nog meer noordelijke noorden.
Uitgeput en vereenzaamd spoelde hij aan op het Knokse strand. Hoe dan ook - als kind kunnen we het niet weten en blijft het raadselachtig omdat volwassenen nooit alles vertellen - belandde de oude zeehond uiteindelijk in een viswinkel einde Dumortierlaan nabij het Driehoeksplein gelegen. Zijn laatste verblijf voor onbepaalde dagen. Voor de oude rob een soort rusthuis aan zee zonder de zee, zoals men wel eens oude mensen naar een bejaardenhuis verkast dat nooit hun echte thuis van weleer kan evenaren.
'Robbe', zo noemen we de oude zeehond en spreken we hem aan, krijgt veel bezoek en bekijks van Knokse kinderen. Bij zomermaanden ligt hij voor de ingang van de viswinkel op het voetpad te zonnebaden. Krijgt hij te warm, dan waggelt hij zon logge lichaam de winkel binnen om er in een waterbad- waar hij zomaar in en uit kan glijden - van de koelte te genieten. Tijdens de wintermaanden ligt Robbe daar ook voor de inkom van de viswinkel te liggen. De vrieskou is welgekomen en hij wentelt zich in de sneeuwval en laat zijn ondertussen vergrijsde snorharen - zoals destijds toen hij nog jong was in het hoge noorden - met de sneeuwvlokken spelen.
Maar zelfs aan he tijdelijk geluk van de heimwee wordt een bruusk einde gemaakt, alsof niets op aarde mag blijven duren tenzij de vergankelijkheid van alles en iedereen. Zonder oorschelpen om te horen - zeehonden zijn honden zonder oren - en omdat volgzaamheid zijn tweede natuur geworden is, gehoorzaamt de oude Robbe de roep van de visboer en schuift hij zijn baas achterna de viswinkel binnen. Zijn laatste verblijf voor onbepaalde dagen...
Op een dat lag onze zeehond en geliefde Robbe niet op het voetpad voor de viswinkel. Daaropvolgende dagen en alhoewel we bleven komen evenmin.Nooit meer...
En zoals Jaccootje de papegaai - die het slaan van zijn vlerken verloor - uit mijn leven is verdwenen, heeft Robbe de zeehond - die het ritme op de terugweg naar het nog meer noordelijk noorden niet meer kon volgen - onze kindertijd verlaten.
Wanneer en waarom en waarnaartoe? Geen kind zal het ooit weten. Omdat de grote mensen nooit alles zeggen. J.B.
De vishandel , Dumortierlaan 62 - hoek Diksmuidestraat werd uitgebaat door het echtpaar Rene Pauwaert (19151987) Madeleine Kyndt (1915 - 1997) afkomstig uit het naburige Heist. Het echtpaar had 3 kinderen, Liliane, Robert en Denise.


(foto's uit Knokke, ...de jaren 50 D. Lannoy/ F. Devinck, De Distel 2004).
