☰ Extra

Het Hazegras

Danny Lannoy

2026 01 30 145333Over het Hazegras is reeds heel wat geschreven door heemkundigen en lokale geschiedschrijvers. Soms zijn ze het niet altijd eens over bepaalde feiten of gebeurtenissen.

We hebben geprobeerd een duidelijk overzicht op te stellen

wat betreft het tot stand komen van het gebied en zijn respectievelijke eigenaars.

Uit de geschreven bronnen halen we een document van 14 juni 1294 waarin Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, bevestigt dat zijn zoon Jan van Namen in zijn bezit krijgt 'un pouire h'on apiele Haseghers'. In 1304 vinden we 'den poire ten Azegarse' en in 1305 'den poire ten Hasegarse'.

In feite gaat het over 'een schor onbedyct gheheeten t' Hazegras (1479).

Etymologisch spreken we van 'haas en gras' of kroongras (met lange en dunne halmen). In het vertaalde werk van Opdedrinck door J. De Langhe heeft hij zijn bedenkingen over Asegate en Hazegras...zijn het geen twee verschillende toponiemen! Een gat is ook een kreek of monding; of is het element 'haze' geen diertje.

Waarom kan het dan niet gaan over een sterk lijkend 'konijn' dat hier veelvuldig voorkwam en de dijken ondermijnde!

In een vermelding uit 1304 in de stadsrekeningen van Brugge staat 'smaendaghes in die paesghedaghe den meesters die voeren te doen diken den polre ten Asegerse van teringen,' XLX sc. of 'aen de leiders van het werk, die zich op Paasmaandag (...) met de indijking van de polder op het Hazegras, betaaid voor uitgaven....'.

J. Delanghe denkt dat het hier niet gaat over de Hazegraspolder maar een polder bij het Hazegras!

Het Hazegras was nog niet ingedijkt maar bestond als voorland van de Hoge Polder en de Butspolder, Monnikenpolder en Keuvelpolder.

De bewuste gronden waren in de loop van de 14de eeuw in het bezit van de familie Van den Vagheviere.

Bij de Elisabethvloed van 1404 overspoelde het water de schorre en bracht zelfs schade aan de Zeedijk. Het aaneensluitend dijkenstelsel werd onder Jan Van Namen versterkt als zeewering en kreeg later de naam 'Graaf Jansdijk'.

De vlakte strekte zich in westelijk richting uit tot aan de kerk van Sint Katelijne ten Knokke en zelfs nog verder. Blijkbaar groeide de schorre snel verder aan door aanslibbingen op de westelijke oever van het Zwin en was daardoor minder onderhevig aan de getijden.

Eeuwige Erfpacht

Jan De Baenst, baljuw van Sluis, kreeg in 1428 deze niet ingedijkte Hazegrasschorre in 'eeuwigdurende erfpacht' bekrachtigd door Filips de Goede (zie akte). De pachtprijs was 24 pond parisis.

De schorre bestreek een oppervlakte van 428 gemeten, 1 lijn, 60 roeden waarvan 300 gemeten van Joanna Van Halewijn, weduwe Joos van der Gracht, heer van Axel en 128 gemeten van de weduwe en erfgenamen Joris Teerlynck.

Uit de akte weten we dat Gaultier Poulain, ontvanger griffier van Vlaanderen en Artois, de schorre van Hazegheers had bezocht in naam van Hertog van Bourgondie, graaf van Vlaanderen (1).

(1) Filips de Goede (1398/1467) hertog van Bourgondie, Brabant, Limburg, Luxemburg, Graaf van Artesie, Franche-Comte, Henegouwen, Holland, Zeeland en Vlaanderen regeerde van 1419 tot 1467.

2026 01 30 145417Fragment van de originele akte uit 1428
Philippe Duc de Bourgoigne comte des Flandres, d' Artois et de Bourgoigne, Palatin, Seigneur de Salins et de Malines, A tous ceux qui ces (...) les lettres verront Salut: (...)
Le Gaultier Poulain, Receveur general de Flandres et Artois, fay savoir a tous qu'il appartiendra (...) par l'avis de Florents Deschamps a prut Receteur de l'Ecluse, (...) en noz personnes sur le schor appele Hazegeers et que nous sommes informez de l'estat et valeur d'illuy ; aijpour et au nom de mon tres redoubte Signeur (....) donne et baillie et par ces presentes mes lettres donne et baille a chense et rente heritable et perpetuelle, a Jehan de Baenst, Bally de la terre a l'Ecluse le dict scor appellee Hazegheers (...)

Fragment uit de kabinetskaart van generaal gra2026 01 30 145441af Joseph Ferraris uit 1771-1777.

Het Hazegras ging van Jan naar zoon Pauwels De Baenst, dokter in de rechten, ridder, president van Vlaanderen en poorter te Brugge. Jacob van Gistel liet bij zijn hoeve, vee grazen op de schorre van De Baenst wat leidde tot een protest. In 1479 klaagde hij de situatie aan bij de regerende vorst Maximiliaan van Oostenrijk. Van Gistel werd verplicht geen gebruik meer te maken van de Hazegrasschorre.

Hier een fragment uit het interessant document van 1524 van de grondoverdracht.

WijJan vander Gracht, Joos Thibault Adriaen Loonis, Jan de Grijse, Jan de Cherf, Loys Lemaire ende Jacop de Berch, scepenen vanden Vrijen doen te wetene allen den ghenen die desen chaertre zullen zien of hooren lesen, (....)

Joncvrouwe Jacquemine vander Kerrest, vrouwe van Vormisseele weduwe van wylent Mer Pauwels de Baenst, ridder in zijnen levene president van Vlaenderen, poortesse vander stede van Brugghe als hoir ende aeldinck van wijlen joncvrouwe Margriete de Baenst hare dochtere wettelicke gheselmede was van joncheere Willem van Claerhout heere van Pitthem Coolscamp ende van Assebrouck etc. de welcke in de qualiteyt als vooren gheeft halm ende wettelicke ghifte des voorn. Joncheere Willem van Claerhout poorter vande voors stede van Brugghe van de parcheelen ende goedinhen hier naar verclaert; Eerst van twee behuusden hofsteden (....opsomming andere eigendommen...)

Ende voort van eenen score ende schaperie ligghende ende hem bestreckende binnen ambacht van Lisseweghe ende binnen der prochie van Knocken ghenaempt 'Hazegars' Beghinnende vande noortzyde vander stede der Mude palende metter oostzyde an tscorre wijlen toebehoorende Mer vrouwe van Archies tusschen de welcke twee scorren loopt een water gheheeten de Vliet an Reyghersvliet ende alzo streckende recht west lancx ende voor bij de dycken vanden nieuwen poldre, item van daer gaende insghelycx lancx den poldre gheheeten Vaghevier, (....) Buuts, Valckaertsghote, totten vande poldre gheheeten Papenpoldre toebehoorende de cure van Sinte Catheline te Knocken metter zuudtwestzyde, ende metter ander zyde gaende allancxst den watre vande zee twelkce scorre jeghenwoordelie bezittende en by pachte joncvrouwe Marie de weduwe van meester Jan Hanneton ende Marie de weduwe van Jan vander Kercke, belast met twee ponden grooten sjaers ervelicke renten dienen ghelt onsen gheduch ten heere in sijnen voors. onfanc ter Sluus/ welck voors. scorre ende scaperie mer voorn vrowe anghedeelt es by partaige tusschen haer ende de hoirs vander vaderlicke zijde van mer voors joncvrouwe Margriete hare dochtre/ ende de voorn joncvrouwe Jacqemine vander Kerrest vrouwe van Voormisseele weddeende beloofde den voorn jocheer Willem van Claerhout heere van Pitthem, Coolscamp ende van Assenbrouck etc.

al dit voors landt metten huusen ende boomen voor metten scorren ende scaperie (...)....

 

Ten noordoosten van Knokke waren omstreeks het begin van de 17e eeuw twee duinketens met hoge onbegroeide zandheuvels sterk ontwikkeld, ( Blinckaertduinen).

Op een kaart uit 1622 van Jakob Horen werd de Zwinstreek uitgetekend met langs de noordzijde van het 'Oord van Knocke' een smalle plaate in zee, waar het zand door de wind, duinen werden gevormd.

Fort Isabella, opgericht in 1622, lag aan de westelijke Zwinoever met iets ten noorden ervan een kleinere vesting het St.Theresiafort.

Het garnizoen van het Isabellafort kon de volledige sector niet controleren tot Knokke-Dorp. Daarom koos de legerleiding om een bijkomende vesting op te richten ten noorden van het duinmassief. Graaf van Fontaine liet in 1622 een aanvoergracht graven van het Isabellafort naar het vooruitgeschoven St.Paulusfort waardoor een berm aan de noordkant tot stand kwam en een groot deel van het Hazegras van de zee werd afgesloten (huidige Hazegrasstraat).

2026 01 30 145504Carte Marchande, fragment, Ferraris, (1777-1778), (den Oostoek is de wijk 't Kalf) Nationaal Geografisch Instituut, Brussel)

Eigenaars - Erfgenamen van het Hazegras

2026 01 30 145521Graaf de Monterey

Tussen 1547 en 1641 waren de bezittingen van de erfgenamen De Baenst uitgebreid van 428 tot 1909 gemeten. Zoals reeds vermeld kreeg Jan De Baenst in 1428 de schorre in 'eeuwigdurende pacht'.

In 1479 was zoon Pauwels eigenaar-opvolger.

Willem, heer van Claerhout, baron van Maldegem en poorter van Brugge was gehuwd met Margriet, dochter van Pieter de Baenst en in tweede huwelijk met Johanna Van Halewijn.

De weduwe vroeg in 1545 om de bewuste schorre in te polderen. Keizer Karel V gaf in 1547 toelating. Ondertussen was ze hertrouwd met Joos Van der Gracht, heer van Axele.

Anna van Claerhout gehuwd met markies van Liesburg, achterkleindochter van Willem, bleef kinderloos. Haar zus Odile Claerhout was getrouwd met Baltazar de Zuniga y Velasco hun kinderen Isabella en Fernando erfden in 1636 de bezittingen van hun tante, (waaronder de 'Heerlijkheid van Maldegem' en 'Het Hazegras').

Isabella was de echtgenote van Fernando de Fonseca, markies van Tarrazona en graaf van Ayale.

(2) Anne Emmanuel De Croy-en Solre
(°Conde-sur-l'Escaut (Fr) 23.06.1718/ + Paris 30.03.1784). Vertrouweling van Lodewijk XV en militair, gehuwd met Louise Angelique d'Harcourt (1719/1744). Zoon Anne Emmanuel ( 1743/1803)

2026 01 30 145536Graaf Emmanuel De Croy (2)

Hun dochter Agnes de Fonseca huwde op haar beurt met Juan Domingo de Haro de Guzman, graaf van Monterey. Juan was landvoogd der Spaanse Nederlanden. Agnes stierf op 10 mei 1710 kinderloos zodat een ver familielid van de Claerhouts, Philippe Emmanuel, prins van Croy en Solre, de nalatenschap opeiste van de overleden gravin Monterey.

In 1641 ging het onroerend goed over naar de Croy; 3 stukken schorre waren gemeen met de zee waar de erfgenamen Monterey 5/8 in bezit kregen, de Croy 3/8 (in de latere N.H.P.)

In 1716 gingen de eigendommen van Monterey over aan Charles Joets (dijkgraaf van de Wateringe Volkaertsgote) en Pieter Van Overloop (bewaarder van de Munt, Brugge). In 1784 worden deze verkocht aan Philippe-Francies Lippens (zie verder). 1/16 bleef eigendom van raadsheer Charles Walwein.

In 1798 kwamen de eigendommen van hertog de Croy in handen van de Franse Staat (Legion d'Honneur') waarvan een deel openbaar werd verkocht.

De eigenaars van de Nieuw Hazegraspolder waren in 1811:

Philippe Francies Lippens, Gent, circa 288 gemeten (zie 3)

Philippe-Jacques Pecksteen, Brugge, 89 gemeten Charles Rabaut, Brugge, 3 gemeten Families Belpaire & Declerck, Oostende, 82 gemeten Eugene Piers (de Raveschoot), Gent, 201 gemeten J. Vlaminck, Vijvekapelle, 14 gemeten Hazegrasfort , Gouvernement 22 gemeten Generaliteit eigenaars polder, 5 gemeten Jacques Rabaut, Brugge, 6 gemeten Philip Van Loocke, Westkapelle, 6 gemeten Augustinus Wielant, Westkerke, 7 gemeten Openbare Onderstand, Westkerke, 10 gemeten

17deeeuwse Perikelen

In 1639 was er enige twijfel over de rechten op de Hazegraschorre. De akten van 1426, 1428 en 1479 werden overgemaakt aan de 'Private Raad'. De renten waren jaarlijks correct betaald. Na onderzoek ter plekke door beedigde landmeters werd het dossier geklasseerd. In de beschrijving stond o.m. dat de westgrens zich noordwaarts strekte duer diversche duynhillen ende pannen, alsmede duer een deel schorre tot an of te wel duer den dam liggende nevens de zee. Op deze lijn waren bij een vroegere afbakening grenspalen geplaatst. Ten westen van deze palen was het duingebied eigendom van de Koning.

In 1641 spoelde het Theresiafort weg door de veranderde stroming in de Zwinmonding. Ten noorden van het Paulusfort lag de 'Grote Schorre' dat noch dagelycx bevloeyt wort mette zeewateren.

Door verstuiving ontstond verder een zanderige grond tussen het Paulusfort en de Graaf Jansdijk. Toponiemen als Kalfduinen en Maeger Schorre ontstonden toen over dit gemeene duynlant.

In de winter 1675-76 woedde een felle noordwesterstorm over de Noordzee. Op 27 februari 1676 kwamen de schepenen van het Vrije en hun griffier en de hoofdman van Knokke samen om de duingordels te inspecteren. '....syn ghegaen naer het stranghe om te visiteren ende te volghen de zeeduynen lancxt den houver to dat sy hun hebben ghevonden niet verre van het fort Sint Pauwels... tusschen het voornoomde Knocke ende het fort ghezien eene breede deurbraecke by de zee, wijt omtrent 300 roeden' teenemael plat ende soo effen alsof daer noynt gheene duyn ghestaen en hadde. Een deel van de Blinckaerduinen was weggespoeld. Volgens de Ommeloper van 1682 behoorden deze gronden aan de Graaf van Monterey, in feite het totale gebied vanaf de kerk tot aan 't Zwin. Na het plaatsbezoek was er briefwisseling met Joets en Lootens van de achterliggende Wateringe van Volckaertgote over wat er moest gedaan worden bij nieuwe stormen en hoge vloeden. Hendrik de la Porte, ontvanger van de graaf werd gedagvaard. Hij schreef dat de braecke ende creke ligghen in de duynen dewelcke syne Maj. Jaerlicx is verpachtende. De Staat moest zodoende deze duinen aankweken met rijshoofden of de landduinen versterken.

(3) Oude vlaktematen geldig in het Brugse Vrije:
Roede= 3,8 m vierkante roede = 14.74 m2
Linie of lijn opp. van 100 vierkante roeden of 1.474 m2
Gemet opp. van 300 vierkante roeden of 4.423,62 m2
Bunder 900 vierkante roeden of 3 gemeten of 1 ha 71 ca 04 dm2
1 ha = 678 vierkante roeden & 3 voeten 1 voet = 0,27 m.

Het landbestuur bleef zich inzetten om de schorre als eigendom te beschouwen. In 1721 was er opnieuw een twist met de 'Domeinen'. Dit alles leidde tot een proces tegen de erfgenamen maar in 1722 was de uitspraak in het voordeel van de eigenaars.

Er zouden echter nog diverse pogingen worden ondernomen door de verschillende besturen tot verwerving van het gebied bij de zee. De oorspronkelijke akte uit 1428 gaf steeds de doorslag tot behoud voor de eigenaars.

Grensgeschillen

Na de Spaanse Successieoorlog werd bij het Barrieretraktaat (1715) een nieuwe staatsgrens vastgelegd. Deze vertrok tussen Blankenberge en Heist langs de westhoek van het kerkhof van Coudekercke richting Hoekevaart Oud Zwin. Een groot stuk van Heist, Ramskapelle, Westkapelle en gans het grondgebied van Knokke behoorden bij de Verenigde Provincien. Strategisch gezien was dit een groot voorland voor het havenstadje Sluis. Alle forten en sluizen waren in handen van de Staatsen. Er kwam groot protest van het Brugse Vrije en in 1718 werd de grens enigszins aangepast. De Verenigde Provincien behielden het St. Paulusfort, Isabellafort en St.Donaasfort; de grens liep voortaan dwars door de Hazegraspolder naar de Graaf Jansdijk (Vijfhuizen)en verder naar de Isabellavaart en de Cantelmolinie.

Decennia langs heerste er een verwarde toestand met tal van conflicten tot gevolg. In 1775 hadden Nederlandse douaniers smokkelaars gevangengenomen. Een drietal bewoners uit Westkapelle werden in de
Paulusvaart betrapt. Hun sleepnet werd aangeslagen en de vissers kregen elk een boete. 

In 1783 was Keizer Jozef II niet langer akkoord met de grens en liet de forten bezetten en slopen.

Op 4 november 1783 kwam een detachement vanuit Brugge met 25 man o.l.v. luitenant J. Vanderkeeren om het Hollands garnizoen van de forten St. Paul en Hazegras te verdrijven.

In 1785 werd de grens teruggebracht naar de lijn van 1664 met het Verdrag van Fontainebleau. Dit alles had zijn invloed gehad op het later inpolderen van het schorregebied. Al die jaren lag het Hazegras in betwist
terrein.

In 1782 had Prins de Croy en deelhebbers de vergunning van Keizer Jozef II bekomen om de schorren in te dijken.

2026 01 30 145558Aankoopakte van Philip Frans Lippens

Lippens in Knokke

Om de afwatering te verbeteren besloot het Oostenrijks bestuur een sluis te bouwen. Zij deden beroep op Philippe Francois Lippens, zoon van Joannes Filips, landmeter uit Moerbeke die reeds heel wat werken had geleid in Vlaanderen en Zeeland. Toen Lippens naar Knokke kwam bleek hij sterk geinteresseerd om de Hazegrasschorre in te dijken Hij stichtte in Gent een vennootschap en richtte zich tot de erfgenamen Joets en Van Overloop om hun aandelen te verkopen. Charles Joets was gehuwd met Sophie Borre, dochter van Pieter Borre uit Brugge. Borre had reeds in 1816 de gronden van de Croy gekocht; meer dan de helft van de Oud Hazegraspolder. Lippens kocht in 1784 de 9/16 van die gronden.

1784 De Nieuw Hazegraspolder

Lippens hield alles nauwkeurig bij in zijn dagboekjes. We weten ondermeer dat hij zich verplaatste met een sjees en twee paarden. Hij vertrok in Gent om 8 u. en arriveerde in Brugge om 18.30 u.; om 20.00 u was hij op het Hazegras in Knokke.

De grootscheepse werken werden begroot op 76.460 guldens voor een dijk van 5 km. Dijkwerkers uit Moerbeke kwamen naar Knokke om de klus te klaren en verbleven er in houten keten.

Het gebied was 2.000 gemeten groot waarvan 600 met gras begroeid. Het oorspronkelijke indijkingsplan zou op enkele wijzigingen na uitgevoerd worden.

Op 27 februari staat in zijn boekje: Tot Brugge. Ten 7 uren's morgens per koetse met vier peirden, benevens landmeter Lammeire en mijnen knecht, vertrocken naer het Schorre Haesegras. Dine bij Hendrik Huybens, pachter van het selfde Schorre. De aftekeninge der dyckagie begonnen. Soupe en loge bij Huybens.

De volgende dagen werd het trace van de dijk uitgezet, 1317 roeden, de brugsche maete, groot 726 gemeten.

2026 01 30 145614De nieuwgewonnen polder met de kavels uit 1787, cartograaf De Bruyn.

28 maart: tot Moerbeke te kercke. Met eenige aerbyders gesproken om naer het Haesegras te gaan werken. Aen hun gesegt dat den loon was eenen gulden per schaft van den geheelen dijck op te reijden besoden (...).

30 maart: Ten 3 uren op het Haesegras. Dan bij mijn volck, die heden begonnen waere met killspitten te maeken voor de dijckagie. Loge bij Huybens op de stelle.

21 maart:... zijnde stormweer en regen alswanneer maer weynigen tijd hebben konnen werken. Dine op de stelle. Namiddag begonst den moortel te maeken voor mijne keete.

Hij contacteerde een brouwer in St. Anne om bier te leveren voor het werkvolk. Op zondag ging hij naar de kerk in Knokke dorp. Op O.H. Hemelvaart trok hij naar Westkapelle voor de vroegmis.

In de schorre werden profielen uitgezet om de hoogte van dijken te bepalen naar een voorbeeld van de Godefroid polderdijk.

25 juni: Namiddags met mijne vrouwe de wercken van de dijckage geweest besogtigen.

Op 27 juni at Philippe Francies in zijn 'keete' en in de namiddag gespeelt met de bolle.....................

13 juli: ten 2 uren's morgens met 7 ploegen ofte 24 spaeden begonnen het groot gat te sluiyten. Ten 5 uren het waeter gedempt en gereden tot den 10 uren alswanneer het waeter begon te vallen, sijnde de dam alsdan 1 V a 2 voeten boven het waeter. Dine in mijne keete. Ten 3 uren namiddags den nieuwen dam met alle het volck begonst te verswaeren tot des avonts ten 8 uren.

2026 01 30 145633Detail uit de kaart met aanduiding van de bebouwing langs de Paulusvaart, De 'Stelle' van Huybens met waterput; meer oostelijk de hoeve van D'hert.

Op 5 augustus bezocht de 87- jarige bejaarde vader van Philip Francois de werken op het Hazegras. Met hem den tour van het werck gedaen. Soupe en loge in mijn keete met Vaeder.

8 november: De Hollanders hadden langs de sluis waeter gestoken. Onmiddellijk werden door de soldaten en het werckvolk de gaeten rabotten gestopt om alle communicatie met het zeewaeter afte snijden, dus dat het waeter niet verder en kan komen als tegen de linie van Reijgaertvliet.

Dit immense grondwerk was op 1 april gestart en bleek voltooid op 13 juli, alsook de bouw van de groote Sluijs. Na de indijking werd het Waterschap gesticht en was er een blinde lotinge van de gelanden voor de verdeling van de kavels. De uitslag was: Kavel 1 Walwein, kavels 2-3 Lippens, Kavel 4 D'hert, 5-6-7 de Croy, kavel 8 Debock. Lippens en zijn neef Debock waren geinteresseerd in de gronden van de familie de Croy. Lippens trok naar Frankrijk met het oog het pachten van de drie kavels. Op 18 oktober 1784 werd een 10-jarige pacht getekend voor 6600 Franse ponden/ 596 pd 17 sch 8 gr courent).

In 1785 werd reeds haver en bonen gezaaid op 1783 gemeten op enkel kavels. In juli zorgde men voor koolzaad op de kavels 2 en 5.

De verdere ontwikkeling van de landbouwbedrijven was akker- en veeteelt.

In 1787 ging Walwein in faling en in 1788 op zijn beurt Debock. Kavel 8 kwam in handen van August Piers de Raveschoot uit Gent.

Gedurende het Frans Bewind werden de kavels van de Croy in beslag genomen. In 1798 kocht Pecksteen zelf kavel 5 en Piers kavel 7.

In 1812 zou D'hert kavel 4 verkopen aan Lippens en in 1819 kwam kavel 5 van Pecksteen ook in handen van dijkgraaf Lippens.

2026 01 30 145702Verblijf in het Hazegras

De keet van Lippens, zijn eerste verblijfplaats op het Hazegras.

Op de Paulusdijk bevonden zich twee schapenhofsteden, De Stelle van Hendrik Hubens (ook Heubens - Huybens geschreven) en westelijk van het St. Bernardusfort de hoeve van Arnold Stockx.

Zoals reeds aangehaald had Lippens voor zijn verblijf op het Hazegras een 'keet' laten oprichten bij de woonst van Hubens.

Debock had toen een hoeve opgericht ter hoogte van kavel 8 en D'hert een hoeve bij kavel 3 (zie verder).

In 1786 liet Philippe-Francies een schuur bijbouwen beneden de dijk.

Een jaar later werd op deze locatie een stenen woonhuis bijgebouwd, een koestal, paardenstal, kleine schuur en een varkenskot.

De dakpannen kwamen vanuit Aardenburg, het houtwerk uit Moerbeke. Hij liet het binnenwerk uitvoeren door Pieter Dupan, metser uit Weskapelle o.m. voor het leggen van de plankieren aan het nieuwe huys en het witten van hetselve, en het vloeren van den nieuwe koestal en de cleene schure en ander cleeniheeden. De metsers verdienden 14 stuivers per dag. Lauren Vercuysse, strodekker uit Westkapelle ontving 4 schillingen per dag tot het vervorsten van de groote schure. Hendrik Hubens werd eind 1784 sluiswachter en nam in 1785 zijn intrek in de nieuwe sluiswachterswoning (nu hoeve Van Dierendonck- Vandesompele, Retranchementstraat 27). (zie voetnoot 3 achteraan).

 

2026 01 30 145719Hoeve De Grote Stelle, met rechts het woonhuis en stallen.

Een steenweg op het Hazegras

De weg Hazegras-Schapenbrugge werd van kasseien voorzien in 1785. In 1868 werden op kosten van de gemeente Knokke en Westkapelle grondige herstellingen uitgevoerd. Door het veelvuldig verkeer met paard en kar naar de nieuwe Hazegraspolder was de Paulusdijk ten zuiden bij de Hazegrasluis aanzienlijk afgeslecht.

Door de aanleg van de Internationale Dijk in 1872 die het Zwin definitief afsloot van de zee, zou een Steenweg naar de Nederlandse grens aangewezen zijn. Pas in 1893 kwamen de afgevaardigden van Nederland zijnde dhr. Erasmus dijkgraaf van de Wateringen Cadzand, dhr. Bastin, dijkgraaf van de Willem-Leopoldpolder en de burgervader dhr. (R)isseuw van Cadzand samen met de Knokse delegatie o.l.v. burgervader Sebastiaan

Nachtegaele. De bestratingswerken werden begroot op 36.000 fr. en de aanbesteding was voorzien op 21 juni 1894. Op Nederlands grondgebied zou de straat verder aansluiten. Emile Boerenboom, aannemer uit Brugge was de laagste aanbieder. Voor de nieuwe weg te Retranchement was de aanbesteding in de herberg van J. Verhage op 5 januari voor de Weg naar 't Hazegras, No 8 van den ligger der wegen en voetpaden in Retranchement, vanaf de brug over het Kanaal naar de Sluis aan de Wielingen tot de grens van Belgie, Raming 4100.

Het lastenboek vermeldde dat de keien moesten komen uit de groeven van Quenast in Lessines (B).

Begin 1895 had men eindelijk een international verbindingsweg van Knokke naar Retranchement ter bevordering van het verkeer in West-Zeeuws-Vlaanderen.

Moeilijkheden voor de nieuwgewonnen polder

In de winter van 1807-1808 was op het einde van de Kortestraat de zeedijk afgelopen door het vee dat op kavel 8 naar de Zandplaat trok. In de nacht van de 17 januari 1808 werd daar een bres geslagen door een hevige noorderstorm. In allerijl werd een kraagdijk opgeworpen met de hulp van de omliggende landbouwers. Jacob Fincent, Pieter Keuckelinck, Karel Debaets, Jan D'haese, Jan Antheunis en Pieter Devriendt. De kastelein van Lippens zorgde voor 200 bonden geersten stroey om de nieuwe dijk te bezetten. De kosten voor de Wateringe bedroegen 2608 guldens. De dijkwerkers gebruikten 250 schoven riet met 60 staken verankerd in de klei. Het Westeinde van de zeewering diende ook verhoogd te worden; aan de oostkant moest de dijkhiel, deels weggespoeld, ook hersteld worden. Het Waterschap kreeg in 1810 van het Departement Leie 3.234,70 fr. schadevergoeding.

Bij een buitengewone vloed van 2 maart 1820 sloeg het zeewater andermaal over de dijk van de Nieuw Hazegraspolder. Zo kwamen de grachten vol zout water te staan. Na een plaatsbezoek van de hoofdingenieur van West-Vlaanderen was men van plan om de dijk vanaf het Hazegrasfort tot aan de Kortestraat, ofte doorbraecke van 1808, met 3 voet te verhogen en aan de binnenkant te verzwaren.

Op 5 maart 1828 waren er opnieuw moeilijkheden aan de dijkteen van kavel 3 en 6. Er was meer aandacht vereist voor het afwateringsnet van de polder; diverse dijk- en grachtwerken stonden op de planning tot 1837.

In 1845 was de zeedijk andermaal aangetast door een geweldige storm die de Zwinmonding binnenliep. August Lippens was genoodzaakt rijshout aan te voeren wat weeral eens hoge kosten met zich meebracht. Er volgde een reorganisatie van het beleid bij het polderbestuur. Door het innen van grotere watergelden kon het verlies van het Waterschap gereduceerd worden en konden de schuldeisers worden betaald.

De Zoute Polder

Op een kaart uit 1853 van de Gentse landmeter Justin Anglade met de verpachte goederen staat vermeld: Zoute Schorre Polder eertijds deel gemaekt van den Haesegras Polder gelegen te Knokke.

In 1787 werd de Zoutepolder ingedijkt vanaf het St.Paulusfort in noordwestelijke richting, in een lijn naar een duinmassief. De Zoutepolder is nu de residentiele villawijk Het Zoute op het grondgebied van Knokke.

2026 01 30 145737

Internationale Dijk

In de loop van de 1ste helft van de 19e eeuw groeiden zandbanken aan in de Zwinmonding. De erfgenamen Van Damme, eigenaar van de' Groote Plaat', hadden de intentie de gronden in te dijken.

In 1856 was de 'schorre' 84 ha groot, met 13 ha. 'slikke'. De Nederlandse Staat betwistte de eigendomsrechten wat een vertraag opleverde in de plannen. August Lippens steunde in 1861 de zaak. Zowel de eigenaars van het Hazegras als de erfgenamen Van Damme betaalden voor de dijkplannen. In 1871 kwam een akkoord met zowel de Belgische als Nederlandse Staat. De Internationale Dijk werd aangelegd en de Willem-Leopoldpolder gecreeerd. Op Nederlandse grondgebied besloeg dit 124 ha, op Belgisch grondgebied 505 ha, waarvan 350 ha grondeigendom was van de eigenaars van de Hazegraspolder. De aanvang der grootscheepse werken startte op 25 mei 1872, de einddatum was 9 november van hetzelfde jaar.

De Nieuw-Hazegras-Polder is voortaan extra beveiligd door de voorliggende Willem-Leopoldpolder.

In 1872 kwam het toch nog tot een proces tussen de N.H.P. en ditmaal de Belgische Staat. De overheid was van oordeel dat de aangewassen gronden van de zee (lees 'schorre') openbaar domein waren. Deze zaak bleef aanslepen tot 1908. Het oudste document uit 1428 van de 'eeuwigdurende pacht' gaf opnieuw de doorslag. De aanwassingen en gorzingen waren privaat domein; de boorden van de zee en de stranden openbaar domein. Door de recente Scheldeverdragen van 2005 werd beslist om de Willem-Leopoldpolder grotendeels terug aan de natuur te geven of in te coopereren bij het Zwin. De Internationale Dijk werd grotendeels afgevoerd en de 6,9 km lange Nieuwe Zwindijk werd officieel geopend op 30 maart 2019.

HOEVE HAZEGRAS

Het hoevecomplex van Philippe Lippens werd in 1835 opgesplitst en verpacht aan Philip Monbaliu en Jan Quataert. In 1890 kwam Philippe-August Lippens opnieuw als uitbater met 'contreboer' Roose, die ook instond voor de boter en kaasfabriek van het Hazegras.

In 1904 werd de hoeve verdeeld onder drie pachters:

Desire Ryckaert, opgevolgd door zijn zoon Petrus kwam in de centrale gebouwen (in 1937 overgenomen door Lucien Lannoye, Eugene Lannoye en zoon).

Van Assel uit Zuiddorpe kwam op de meest oostgelegen hoeve tot 1928 (overgenomen door de familie Lanckriet tot op heden).

Op de Grote Stelle kwam hengsteboer Dombrecht uit Koolkerke tot 1929 ( opgevolgd door Cyriel Van de Velde, in 1935 door J. Adriaenssens, in 1952 door zoon Gerard Adriaenssens).

2026 01 30 145757

Het hoevecomplex van het Hazegras met de hoeve van Desire Ryckaert met de kaas- en boterfabriek.

2026 01 30 1458132026 01 30 145829Woonhuis van de hoeve Constant Van Assel.

Hoeve Piers De Raveschoot

In 1806 waren de gronden van de Croy verkocht door Pecksteen aan August Piers uit Gent, zijnde 87 gemeten, 104 roeden ( 38 ha 63 a. 92 ca). De hofstede werd in pacht gegeven aan Jacobus Fincent. Na zijn overlijden in 1833 huwde de weduwe met Philip Van Landschoot. In de pachtovereenkomst stond zelfs dat er enkele kamers altijd ter beschikking moesten zijn als de eigenaar met de familie naar Knokke kwam.

Philippe Van Landschoot kwam om het leven door een jachtongeval op 18 september 1855; weduwe Barbara Gheldof bleef op de hoeve tot 1875. Nieuwe pachters werden Johan Vervenne en Joanna Berton, weduwe Louis Vandepitte. Jan Vandepitte, zoon uit het 1ste huwelijk huwde Caroline Fincent. Joana Berton hertrouwde met J.Fincent. (de moeder van jan Vandepitte huwde de oom van Caroline Fincent.

Richard Vandepitte, laatste overlevende van de kinderen Florimond en Romanie kwam op de hoeve.

Jean Vandepitte-Bonte (1937/2023) neef van Richard werd in 1962 pachter, opgevolgd door zijn zoon Jan tot op heden. De activiteiten waren hoofdzakelijk gericht op de aardappeloogst.

Het eigendom werd in 1963 verkocht aan de NV. Cie Immobiliere du Zoute. De hoeve bleef in familiebezit.

2026 01 30 145854Oud woonhuis (gesloopt in 1967) en schuur uit 1786 (vernield in 1944) van de hoeve Vandepitte

In 2010 werden onder impuls van de overheid de Wateringen of Polderbesturen gedwongen te fusioneren tot grotere gebieden. Zo maakt de Nieuw-Hazegras-polder samen met de Zwinpolder, Damse Polder en St. Trudoledeken deel uit van de OOSTKUSTPOLDER. De Damse polder was reeds een samenvoeging van Polder Den Brouck, polder van Stampaertshoeke, polder van Moerkerke-Noord-over-de-Leie, polder Moerkerke-Zuid- over-de-Leie, St. Jobspolder en Maldegempolder.

De Oostkustpolder is meer dan 20.000 ha groot.

Tekst van Dante (1265 / 1321) uit De Goddelijke Komedie.

Quale i Flamminghi tra Cazzante et Bruggia, 
Temendo il fiotto che ver lor s'avventa
Fanno lo shcermo, perche il mar si fuggia                  

Pe vloedstroom vrezend die zich tegen hen keert,
Dgken opwerpen om de zee terug te dringen
Qelyk de Vlamingen, tussen Cadzand en Brugge,

(3) De Grote Stelle:
M. Coornaert schreef in het boek Knokke & Het Zwin in 1974 dat De Stelle zich bevond ter hoogte van kavel 3 ( de latere hoeve Lannoye) ! Andere bronnen vermelden de bewuste hoeve ter hoogte van kavel 4 , bewoond door Hubens. Er bestaat ook een document van een landmeter met de afstand van het St. Paulusfort tot aan de De Grote Stelle (Hubens) dat na omrekening in het huidig metriek stelsel klopt. (doc. G. Adriaenssens).

Bibliografie:

Maurice Coornaert, Knokke & Het Zwin, 1974, Lannoo Tielt.

M. Coornaert, Het Hazegras te Knokke, in Rond de Poldertorens, 1974.

Lucien Dendooven, De Nieuw-Hazegraspolder, 1968, Lannoo Tielt.

Jos Desmet, Philippe-Frangois Lippens te Knokke en elders, in Rond de Poldertorens 3, jg. 10.

E.H. Broeder Gaetan, Duinschouwingen en gevaar voor overstromingen te Knokke rond 1680,

In Rond de Poldertorens.

Danny Lannoy, De Steenweg Hazegras - Retranchement , in Cnocke is hier, nr. 18, jg.1981.

D. Lannoy, De Hazegrasschorre en zijn eigenaars, in Cnocke is hier, nr. 46 a, jg. 2009.

Rene Laurent, De havens aan de kust en aan het Zwin, Algemeen Rijksarchief, Brussel, 1986.

Ph. Muylle, D. Lannoy, F. Theerens, 100 Jaar Compagnie Het Zoute, 2008, Lannoo Tielt.

J. Opdedrinck, Geschiedenis van Knokke, vertaald J. E. De Langhe i.s. A. M. Ghekiere. 1968, Lannoo.

Het Haesegras 1784, uit de dagboekjes van Philippe Frangois Lippens, in Cnocke is hier nr. 18, jg. 1981.

Paul I.C. Vandewalle Ph.D., Historische Atlas van Knokke-Heist, eigen beheer, 2019.

Cie Het Zoute, documenten uit 1428, aankoopakte 1784, kaart Donche,

Fragment kaart Ferraris, uit Historische Atlas van Knokke-Heist van Paul I.C. Vandewalle, Ph.D.,2019.

Foto: Juan Zuniga y Fonseca, Graaf Van Monterey (Rijksmuseum, Hagen Christiaan ca 1663- 1695)

2026 01 30 145933Studenten bezoeken het Hazegras ! Wie zijn deze jeugdigen met petje op? Vermoedelijk in de jaren '20 - '30. (enig idee....verwittig de redactie)

Het Hazegras

Danny Lannoy

Cnocke is Hier
2023
60b
008-020
BV
2026-03-03 15:35:50