☰ Extra

Jean Decoen, de zelfverklaarde kunstexpert

Paul B. Mattelaer

Rond 1962 nodigde Leon Lippens mijn vader, Dr. Eug. Mattelaer, en mij uit om de collectie van Jean Decoen (1890-1979) te bezichtigen1. Hij vertelde ons dat Decoen een enorme verzameling had van Hollandse meesters uit de 17de eeuw. Hij woonde toen in een villa in het Zeeuwspad. De ontvangst was zeer hartelijk. Mevrouw Decoen , aquarelliste gekend onder de naam 'Biddy', lag zuchtend in de living en was vrij donker van huid, want ze zou lijden aan een bijnierziekte maar had nooit een arts geraadpleegd. In de hal stonden veel beeldhouwwerken. Voor WO1 werkte hij op het atelier van Jef Lambeaux, van wie hij leerde beeldhouwen. Opvallend was: 'De Kus', een kopie naar Rodin. Ook schilderijen van na WO2, waaronder een zelfportret.2

2026 01 29 155428

Tijdens WO1 verbleef hij in Amsterdam waar hij een appartement deelde met de schilder Willem Paerels. Voor de kost werkte hij voor de stad. Hij restaureerde er beeldhouwwerken van het stadhuis op de Dam. Hij bezocht meerdere musea en had vooral interesse in de werken van Rembrandt, J. Vermeer, Carel Fabritius en Hercules Seghers. Terug in Belgie werd hij een omstreden kunstcriticus en werd als deskundige geraadpleegd. Hij organiseerde veilingen in de Brusselse Galerie Giroux. Zo begon hij schilderijen te verzamelen. Hij organiseerde een club, La peau de i'ours, waar bekende namen van de kunstwereld samen kwamen met onder meer H. Lavacherie, de toenmalige conservator van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel, en de befaamde Engelse kunstpaus Roger Fry, conservator van The National Galery, Londen.

In 1935 bezocht hij de Vermeer tentoonstelling in Rotterdam. Hij maakte kennis met D. Hannema, de curator van de tentoonstelling en tevens de conservator van Museum Boymans-Van Beuningen. Hannema was goed bevriend met de schenker D.G. Van Beuningen, een havenbaron. Net als Decoen was Hannema ervan overtuigd dat Vermeer, die veel kinderen had, veel meer dan 32 schilderijen had gemaakt.3

Decoen ontwikkelde een methode om het auteurschap van schilderijen te achterhalen door onderzoek van 'L'Ecriture picturaie'. Hij maakte een massa foto's van details van schilderijen en vergeleek die onderling en kon zo 'bewijzen' dat de schilderijen van dezelfde meesters waren.

Helaas is die methode onwetenschappelijk om 2 redenen.

1.    Hij hield geen rekening met de vergrotingsfactor.

2.   De keuze was louter subjectief: hij besliste zelf welk detail voor hem relevant was.

En met zijn methode kon hij bewijzen dat een 400-tal schilderijen aan Vermeer werden toegeschreven. Dezelfde methode paste hij toe op vermeende schilderijen van Rembrandt, H. Segers en C. Fabritius.

2026 01 29 155450Decoen en Hannema, met een zelfportret van een Franse 17de eeuwse meester, maar volgens Decoen is het van Vermeer

De Affaire Vermeer - Van Meegeren

Han Van Meegeren was een schilder die de moderne kunst had afgezworen maar zocht naar erkenning. Hij bestudeerde de techniek van de oude meesters. Hij schilderde de 'Emmausgangers' in de trant van Vermeer. De toenmalige paus van de kunstgeschiedenis A. Bredius was vol bewondering voor deze nieuwe 'Vermeer'. Voor een aanzienlijke prijs verkocht Van Meegeren het werk aan de Rotterdamse havenbaron D.G. Van Beuningen, die later zijn fenomenale verzameling aan het Boymansmuseum schonk, thans het Museum Boymans-Van Beuningen. De directeur van het museum was toen Hannema. Van Meegeren verkocht ook pseudo-Vermeers aan de Nazi's, vooral aan Goring. Na WO II werd hij verdacht van collaboratie maar toen vertelde hij de waarheid dat hij valse schilderijen had gemaakt.

P. Cooremans, stichter van het Kunstpatrimonium (KiK) kreeg de opdracht alles wetenschappelijk te onderzoeken.'. Decoen was zwaar gekrenkt en publiceerde in 1951 een verweerschrift en in 1968 een vervolg.4 Hannema was helemaal akkoord met Decoen zeggende dat de mening van een kunstschilder geloofwaardiger was dan de wetenschap.

2026 01 29 155512Van Meegeren, De Emmausgangers, Museum Boymans-Van Beuningen

De 'Kleine Rembrandt Tentoonstelling - Autour de Rembrandt' te Knokke in 1969

In 1969, het Rembrandtjaar, contacteerde Decoen Dr. Eug. Mattelaer, de toenmalige schepen van cultuur van Knokke, met de vraag of hij een schenking mocht doen aan de stad. Toevallig stimuleerde de minister van Nederlandse cultuur Frans Van Mechelen actief de uitbouw van de Vlaamse cultuurcentra. Dr. Eug. Mattelaer nam het initiatief om het Cultuurcentrum te laten bouwen door Architect Felix, schoonbroer van zijn beste vriend prof. A. Gyselen. Het beloofde museum zou er deel van uitmaken. De procedure werd gestart maar de desbetreffende overheid gaf geen toelating omwille van de dubieuze reputatie van Decoen. Exit museum, leve 'Scharpoord'. Toen manipuleerde Decoen mijn vader om een tentoonstelling te organiseren in het stadhuis (juli-augustus 1969). De grote zaal van het stadhuis werd geschikt bevonden. Veel twijfelachtige en enkele authentieke schilderijen kwamen uit de collectie van Decoen en zijn volgelingen. Een folder en een Nederlandse en Franse catalogus werden opgesteld, uiteraard op kosten van de Gemeente. De teksten werden opgesteld door mijzelf en een vriend. Het erecomite bevatte bekende personen: minister A. Van Acker, volksvertegenwoordiger Theo Lefevre, minister Fr. Van Mechelen, gouverneur P. van Outryve d'Ydewalle, rector De Somer en Graaf Leon Lippens en professor H.Brugmans van het Europacollege. Uiteraard werd de naam Decoen niet vermeld maar hij hoopte wel wat hij noemde 'Un mur de silence' te doorbreken.

De tentoonstelling was een groot succes. Bij de opening nam ik het woord. Volksvertegenwoordiger Theo Lefevre was enthousiast. Enkele dagen na de opening verschenen in 'De Standaard' 2 verschillende mededelingen van vermaarde kunsthistorici. De Nederlander Bob Haak schreef ' schoenmaker blijf bij je leest' en Roger Marijnissen 'de organisatoren zijn het slachtoffer van een gehaaide expert'5

2026 01 29 155530Kaft van de catalogus, detail zelfportret

2026 01 29 155549Decoen, Hannema en Paul Mattelaer

2026 01 29 155615Zelfportret van Rembrandt, o/d 30,5 x 24 cm

De Donatie Jean Decoen - Stichting Hannema Fundatie (1976).

Na de mislukking in Knokke contacteerde hij zijn vriend D. Hannema. De gewezen directeur van het Rotterdams museum woonde in een prachtig kasteel 'Het Nijenhuis' in de provincie Overijssel met een opmerkelijke verzameling bevattende 17de eeuwse en 20 eeuwse kunstwerken waaronder werken van Zadkine en Permeke en ook een aantal niet-erkende en dubieuze werken toegeschreven aan Vermeer.6

Tijdens de laatste jaren van zijn leven werd Decoen progressief dement en stierf in 1979. Tijdens zijn leven werd nog een biografie geschreven7.

Besluit: Decoen was als zelfverklaarde kunstexpert verblind door zijn eigen 'groot gelijk'. Dit wordt ook wel tunnelvisie genoemd.

Nota's

1   Jean De Coen - Wikipedia

2 Enkele schilderijen hingen in Restaurant Ten Bos in ruil voor maaltijden.

3 J. De Gucht, Hannema en Vermeer, Beeldende Kunst, 2013.

4 J. Decoen, Retour a la Verite. Vermeer-Van Meegeren. Deux Authentiques Vermeer, 1951; Vermeer - Van Meegeren, scandale ou verite ?, 1968.

5 Marijnissen was adjunct-directeur van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, geleid door zijn mentor Coremans

6 Hannema werd na WOII veroordeeld voor collaboratie.

7 A. Hoogewijs, Jean Decoen, 1955.

Jean Decoen, de zelfverklaarde kunstexpert

Paul B. Mattelaer

Cnocke is Hier
2023
60a
037-040
BV
2026-03-03 08:56:37