Slachtoffers van de zee
Danny Lannoy
Casimir De Bruecker en Florimond Jacobs.
Het is niet altijd drijfhout of waardevolle spullen die aanspoelen op het strand.
Af en toe waren het drenkelingen van een of andere schipbreuk op de Noordzee.
Als er lijken aanspoelden bij de branding moest een wetsdokter naar het afgelegen Knokke komen voor het vaststellen van de wettelijke gebruiken en administratie daaromtrent. De lichamen werden als 'onbekende' begraven in de kustplaats. Soms werd een foto genomen van het slachtoffer en gekleefd bij de overlijdensakte in het register.
Op 2 oktober 1911 vonden de veldwachters Casimir De Bruecker en Florimond Jacobs, 2 lichamen op het strand. Ze verklaarden in de morgen 'langs de Zeekust het doode lichaam van een volwassen persoon van het mannelijk geslacht, schijnende rond de veertig jaren oud, groot twee meters, grof van gestalte, lang van gezicht, rosse knevels, haar kastanjebruin, een weinig kaalhoofdig, gekleed met zwarten zuidwester olievest, blauwen vest, zwarten baai, met een rij knoppen geteekend, Clarks Short chosiery House 69, North Street, Belfast, een ondervest grijzen broek, een zakmes, flanelle onderlijf, een calegon, zwarte broek, fluwelen lage schoen aan den voet (vermoedelijk van lerse nationaliteit).
De 2de persoon was: een jongen van rond de vijftien jaren oud, een meter vijf en dertig tot veertig centimeter, blond van haar, gekleed met blauwe baai, grijze sjerpe, hemd wit, geteekend Z. 77, onderbroek met witte en zwarte strepen, donker grijze broek, zwarte kousen (...) hooge schoenen (...).
Schepen Pieter Vermeire tekende de akten samen met de twee veldwachters.

