☰ Extra

2026 01 29 153505De Cinema wereld van Luc Peire in Cine Monty te Knokke - Deel 2

Marc Peire

In 1951 realiseerde Luc Peire drie monumentale muurschilderingen in de aloude al fresco-techniek waaronder De Cinemawereld voor Cine Monty in het modernistisch Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke. Deze fresco’s vormen een cruciale fase binnen Peires artistieke ontwikkeling vanuit het figuratieve naar een stilerende en abstraherende taal. Omwille van hun specifieke techniek bekleden ze zowel in het oeuvre van de kunstenaar als in de moderne Vlaamse kunst na 1945 een unieke plaats.

De Cinemawereld werd later overschilderd en verdween in die hoedanigheid definitief achter een voorzetwand. Definitief?

Op basis van getuigenissen, fotomateriaal, kleurpoederrestanten en van een diepgaand onderzoek van de twee bewaarde en door de Vlaamse Overheid beschermde fresco’s van Luc Peire te Sint-Kruis, is in een tweedelig essay getracht De Cinemawereld terug in beeld te brengen. In Deel 1 kwamen ontstaan, iconografie, stijl en compositie aan bod. Deel 2 behandelt de specifieke technische aspecten van het al fresco en sluit af met een chronologische terugblik op de fel gecontesteerde verdwijning van Huib Hostes Noordzeehotel met Luc Peires fresco voor Cine Monty.

2026 01 29 153629Reconstructie van het scenische totaalbeeld van het fresco Filmtypen (Knokke, 1951) van Luc Peire
(met door MP ingevoegde nummering (FT 1-19)). Montage van drie fotografische bronnen

2026 01 29 153650Reconstructie van het scenische totaalbeeld van het fresco Cinemabezoekers (Knokke, 1951) van Luc Peire
(met door MP ingevoegde nummering (CB 1-24)). Montage van drie verschillende fotografische bronnen

De realisatie

Op basis van vier foto’s in situ met Luc Peire aan het werk kan de chronologie van de totstandkoming van De Cinemawereld vastgesteld worden: van links (Filmtypen) naar rechts (Cinemabezoekers), scenisch uitgewerkt. De beelden tonen ook aan hoe Luc Peire staand en zittend op een plank op schragen Cinemabezoekers realiseert vanaf ongeveer 130 cm boven de begane grond en hoe hij de tekening van zijn laatste, uiterst rechtse giornata (‘werkeenheid’) inkleurt van links naar rechts.

2026 01 29 153711Luc Peire realiseert in 1951 de laatste giornata (werkeenheid) (met Cinemabezoekers) van het fresco 
De Cinemawereld in Cine Monty te Knokke

2026 01 29 153728Links: vermoedelijke giornata (‘werkeenheid’)-grens (in stippellijn aangeduid) in Filmtypen tussen FT 11 en FT 12.
Rechts: vermoedelijke giornata (‘werkeenheid’)-grens (in stippellijn aangeduid) in Cinemabezoekers tussen CB 9 en CB 10

Op dezelfde foto’s zien we de getekende, nog niet ingekleurde figuren van de uiterst rechtse giornata (‘werkeenheid’). Ze zijn in duidelijke (vermoedelijk zwarte) contouren uitgetekend.1 De das van de laatste (uiterst rechtse) gekostumeerde heer (CB 24) met ronde bril en met linkerhand in de vestzak, is vermoedelijk met het zwarte (?) contourpigment ingekleurd.

Op basis van de visuele analyse van de reeks zwart-witfoto’s kan afgeleid worden dat Luc Peire het fresco De Cinemawereld (linkerdeel Filmtypen / rechterdeel Cinemabezoekers) in verschillende ‘werkeenheden’ (Work Patches / ‘giomate’) van links naar rechts gerealiseerd heeft.

Een fragmentbeeld van Filmtypen (verso: ‘Studio Verwee A.’) toont (vermoedelijk) een scheidingslijn tussen twee ‘werkeenheden’: lopend van onder naar boven via zwarte broek en vest van de man met geruite pet (en met oorring, sigaret en linkerhand in de broekzak) (FT 11) in gesprek met een tegen een schuine lantaarnpaal leunende uitdagende hoer (FT 10). Vertrekkend tussen de schouder van de man en de brede cape van de slanke rijke dame (FT 12) links van hem (rechts vanuit het gezichtspunt van de toeschouwer), loopt de scheidingslijn verder naar boven op de contourlijn van de gevel met lange (uitgerekte) schoorsteen op de achtergrond.

Op een fragmentfoto van Cinemabezoekers (verso: ‘Studio Verwee A.’) vermoeden we de scheidingslijn met de voorafgaande ‘werkeenheid’ onderaan aanvangend onder de linkervoet van de dikke heer (CB 10) met lange mantel en hoed, naar boven lopend via de contouren van schoen, broek en mantel en overgaand in de donkere mantel (rug), het donkere haar en de hoge hoed van de dame met handtas (CB 9), die rechts naast de man vooruitloopt.

Op het eerste gezicht lijkt ook de rechte verticale rug van de grote magere heer in zwarte mantel en met bolhoed (CB 6) zich als ideale ‘giornata’ (‘werkeenheid’)-grens aan te bieden. Bovenaan sluit de mantel aan met kraag, hals en bolhoed; onderaan met het rechterbeen. Maar de foto levert hieromtrent geen direct bewijs. Het blijft een vermoeden.

Kleurenfoto’s van enkele in 2001 blootgelegde frescodetails te Knokke

In 2001 worden op initiatief van de Afdeling ROHM West-Vlaanderen Monumenten & Landschappen (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) minimale steekproeven uitgevoerd om het bestaan van het fresco te Knokke onder de overschildering te bevestigen en met zekerheid te lokaliseren.2

Op 26 augustus 2004 maakte ik (MP) ter plaatse tien foto’s in het kader van archivering en verder onderzoek. Fragmentarische details van zwarte contourlijnen zijn duidelijk zichtbaar op dit beeldmateriaal. Op enkele foto’s van de muur profileert zich onderaan vermoedelijk de horizontale afgrenzingslijn van het fresco-oppervlak.

 2026 01 29 153750

Onderzoek van de fresco’s te Sint-Kruis & de bewaarde pigmenten

Aangezien Luc Peire in hetzelfde jaar (1951) de fresco’s te Sint-Kruis en het fresco De Cinemawereld te Knokke realiseert en op beide locaties gebruikmaakt van dezelfde (of gelijkaardige) kleurpoeders, geldt het eindresultaat van het technisch onderzoek van de fresco’s te Sint-Kruis door Caroline Witvoet-Rohden (2014, betreffend Peires kleurgebruik (via mengtests en inkleuring) en werkwijze & dikte van arriccio- en intonaco-pleisterlaag) en door het Departement Laboratoria Cel Monumenten & Monumentale Decoratie van het KIK (2016, Brussel, betreffend de wetenschappelijke analyse van de samenstelling van de pleisterlagen (op basis van een arriccio- en intonaco-staal uit fresco Zeebrugge ’51)) in sterke mate voor het fresco De Cinemawereld te Knokke.3 Peire zal naast het gebruik van dezelfde kleurpoeders, zeker op identieke wijze te werk zijn gegaan.

2026 01 29 153819Links en midden; Peires originele pigmenten uit 1951 bewaard in glazen bokalen en papieren verpakkingen in een houten schouderbak. Foto MP
Rechts: de houten schouderbak uit 1951. Foto Jenny Peire2026 01 29 153830

Inventarisatie van de bewaarde pigmentrestanten

De bewaarde restanten van de pigmenten die Luc Peire in 1951 gebruikte voor zijn drie fresco’s, leveren gedetailleerde informatie over het aangewende kleurenpalet.4

De benamingen (met details) zijn zo goed als mogelijk overgenomen van de eti kettering op bokaal of verpakking, al dan niet aangevuld met de officiele kleurenaanduiding:

In glazen bokalen (7):

1.    Gele oker (bokaal met metalen schroefdeksel)

2.     Goudoker (bokaal met metalen schroefdeksel)

3.    Vert emeraude veritable (smaragdgroen, Sennelier) (bokaal met witmetalen schroefdeksel)5

4.     Venetiaans rood (bokaal met bakelieten schroefdeksel)

5.     Kobaltblauw (bokaal met metalen schroefdeksel)

6.     Kobalt turkis (turquoise) (bokaal met bakelieten schroefdeksel)

7.     Ivoorzwart (bokaal met glazen stop)

In papieren verpakking (9):

1.    Cadmiumgeel

2.    Terre de Sienne (naturelle)

3.    Rouge de Venise (Sennelier)

4.     Rouge de Venise

5.     Saftgrun

6.     Kobaltblauw

7.    Azur - Bleu d’outremer6

8.     Ultramarijn blauw (donker)

9.     Ivoorzwart

Overzicht van de bewaarde pigmenten

2026 01 29 153845Metalen palet met de verdeling van de pigmentrestanten van Luc Peire. Rechts: met nummering (1-10). Foto: MP

1.     Ivoorzwart

2.     Rouge de Venise (Venetiaans rood)

3.     Gele oker

4.     Goudoker

5.     Cadmiumgeel

6.     Ultramarijn blauw (donker)

7.     Saftgrun

8.    Vert emeraude veritable (smaragdgroen)

9.    Azur - Bleu d’outremer

10.  Kobaltblauw

Pleisterlagenonderzoek

Uit het onderzoek van de fresco’s te Sint-Kruis is geconstateerd dat Luc Peire met een pleisterlaag (intonaco) van 9 mm op de eerst aangebrachte (= onderste) laag (arriccio) van 12 mm (voor Evocatie van Vlaanderen) en van 7 mm (voor Zeebrugge ’51) heeft gewerkt.7 Het gaat hier dus niet om een eerste (= onderste) mortellaag (arriccio) met daarop een fijne tonachino met de verflaag.8 Een plausibele verklaring voor Peires keuze

hieromtrent is, dat een dikke (bovenste) pleisterlaag (intonaco) minder snel droogt (dan een dunne) waardoor er meer tijd is om een grote oppervlakte per dag (giornata als werkeenheid) te realiseren.9 De conclusie van de analyse van de samenstelling van de pleisterlagen van fresco Zeebrugge ‘51 door het Departement Laboratoria Cel Monumenten & Monumentale Decoratie van het KIK wijst op de samenstelling van de intonaco-laag op basis van een eerder licht hydraulische kalk en een fijn zand in een verhouding richting 1 volumedeel bindmiddel per volumedeel zand.10 Deze elementen wijzen op de typische kenmerken van de intonaco-laag:

“Omdat de intonaco-laag op een kleinere laagdikte werd aangebracht met de bedoeling deze als afwerklaag glad af te werken, werd een fijnere zandkorrel [dan bij de arriccio-laag] gebruikt om dit proces te vergemakkelijken. (...) Een bindmiddelrijke mortel leidt immers tot een smeui'gere mortel die gemakkelijker glad kan gezet worden.”

Bij het pleisteren heeft Peire met een polierspaan het oppervlak zo vlak en glad mogelijk gemaakt. Tijdens het kleurenonderzoek van de fresco’s te Sint-Kruis is echter vastgesteld dat niet overal het oppervlak gelijkmatig glad is. Er zijn verschillen in oppervlakstructuur. Vandaar de donkere vlekken, die het gevolg zijn van het verschil in absorptie en lichtbreking.

We mogen aannemen dat het resultaat van het pleisterlagenonderzoek van de fresco’s te Sint-Kruis ook geldt voor het fresco De Cinemawereld te Knokke, althans wat de intonaco-laag betreft, want op het zwart- witfotomateriaal van De Cinemawereld is te zien dat Luc Peire te Knokke op de bestaande (al bepleisterde) gangmuur een extra pleisterlaag, als ‘applicatie’, heeft aangebracht voor zijn fresco. De dikte van deze laag laat hij samenvallen met de dikte van het vooruitspringende basement. Voor zijn fresco’s te Sint-Kruis daarentegen had Luc Peire de ‘ruwe’ (nog niet bepleisterde) bakstenenmuren ter beschikking voor het aanbrengen van zijn pleisterlagen (arriccio en intonaco). Dit noopte hem tot het bepleisteren van het totale muuroppervlak. Hierdoor zag Peire de kans en de mogelijkheid zijn fresco’s probleemloos aflopend uit te werken.

Peire heeft zijn tekening te Knokke zeer waarschijnlijk met behulp van kartons gerealiseerd; de figuren in groepjes of per koppel werden uitgeknipt. Voor de fresco’s te Sint-Kruis bestaat geen zekerheid over deze werkmethode. Kartons zijn niet teruggevonden in de archieven van de kunstenaar.

Een paar foto’s van de realisatie van het fresco te Knokke doen vermoeden dat Peire met fusain werkt om de oorspronkelijke tekening (van de kartons?) over te brengen. Contouren en essentiele lijnen worden later hernomen door middel van zwart pigment, waarmee ook al bepaalde details ingekleurd worden. Dit kan afgeleid worden van de foto waarop Peire de donkere das van de heer uiterst rechts van Cinemabezoekers (CB 24) heeft ingevuld.

2026 01 29 153932Cine Monty, Knokke, 1951. Luc Peire werkt aan de laatste giornata (‘werkeenheid’) van Cinemabezoekers. Foto: Jenny Peire

De foto’s van de realisatie tonen aan dat Peire zoals te Sint-Kruis wassingen met uitsparingen toepast. Ook het vlekkerig oppervlakteaspect, zoals bij de fresco’s te Sint-Kruis, komt te Knokke voor.

Het fotomateriaal laat zien dat Peire zijn fresco realiseert zittend en staand op planken op schragen.

Signatuur

Op basis van de foto’s is af te leiden dat Peire de beide delen (Filmtypen en Cinemabezoekers) van De Cinemawereld heeft gesigneerd met ‘Peire’ (identiek met zijn signatuur op de fresco’s te Sint-Kruis): Filmtypen onderaan rechts (tussen de hond Pluto (FT 18) en Charlie Chaplin (FT 19)); Cinemabezoekers onderaan, tussen de benen van het baasje met korte broek (CB 19). Op de beeldrand van de foto (fragmentopname (verso: Studio Verwee A.)) is ‘P’ van ‘Peire’ zichtbaar.

2026 01 29 153955Links: signatuur ‘Peire’ (detail uit Filmtypen). Rechts: ‘P’ van ‘Peire’ (detail uit Cinemabezoekers)

 

Luc Peire over zijn fresco’s

Zelden brengt Luc Peire zijn al fresco-oeuvre ter sprake. In zijn archief is ook geen informatie teruggevonden over de fresco’s Evocatie van Vlaanderen en Zeebrugge 51 te Sint-Kruis. De kunstenaar heeft deze nooit vermeld in teksten en gesprekken. Zag hij ze enkel als experiment, als testcase, om zich te oefenen in de complexe frescotechniek?11 Of als voorbereiding tot zijn fresco De Cinemawereld te Knokke? Beschouwde hij deze scenisch uitgewerkte taferelen later als te anekdotisch, te lokaal, te Vlaams geinspireerd?12 Of gewoonweg mislukt? Of wilde hij door dit stilzwijgen de private sfeer van het woonhuis van zijn broer respecteren?

Van De Cinemawereld bewaarde Peire wel fotomateriaal in zijn archief. Hij vermeldt het werk driemaal in het kader van zijn interesse voor integratie, zoals in het gesprek met Jaak Fontier uit 1973.13 Peire beschouwt zijn wandschilderingen als initiele pogingen tot integratie:

“Mijn aandacht en belangstelling voor de integratie bestaat reeds zeer lang. Het is door ermede begaan te zijn, dat ik eindelijk tot de realisatie ervan ben gekomen. Door mijn belangstelling ervoor heb ik de frescotechniek geleerd en mijn eerste pogingen waren wandschilderingen. Het was de enige kans die me geboden werd of die ik uitgelokt heb, o.a. een frescoschildering in een cinemahall te Knokke.14 Dat was in 1948[sic].15 Met mijn schilderingen op formica kon ik vele jaren later enkele integraties in de vorm van wandanimatie realiseren, bij voorbeeld "Grafie L" in een flat te Duinbergen en "Grafie Europa" in de Hallen te Kortrijk.16 Mijn "Muurrelief 68" in het gebouw Van Breda te Antwerpen was de eerste belangrijke opdracht in de werkelijke zin van integratie. Mijn werk maakt deel uit van het gebouw zelf. Mijn relief, dat zowel buiten- als binnenrelief is, is ook functioneel, d.w.z. het werkt als muur.”

In een tweede bijdrage van Fontier uit 1973 ziet Peire volgende muurschilderingen als voorbeelden van confrontatie met de architectuur: de muurschildering Vlaanderen o welig huis in olieverf (100 x 200 cm) van 1940 te Edegem en het fresco van 1951 te Knokke.

“[p. 1] [J.F.] Om een idee te hebben van de toestand stelden we een aantal kunstenaars die voor dit probleem belangstelling hebben de volgende vragen: 1. Confrontatie. Met confrontatie bedoelen we het aanbrengen van picturaal of plastisch werk van groot formaat in of bij een gebouw, dat ofwel reeds geconstrueerd is, ofwel zijn voltooiing nadert, ofwel door de architecten en technici ontworpen werd zonder inspraak van de kunstenaar. (Het Unesco-gebouw te Parijs toont voorbeelden van een dergelijke confrontatie). Hebt u belangrijk werk dat ergens in confrontatie met de architectuur werd aangebracht? [p. 6] LUC PEIRE [vermeldt bij die vraag:] 1. a. "Vlaanderen, o welig huis”. 1940. Een muurschildering in olieverf, 2 m. hoog en 1 m. breed [sic] in een prive-woning te Edegem. b. "De cinemawereld”. 1951. Frescotechniek, 2,50 m. x 20 m. Gewezen cinema Monty te Knokke, nu vernietigd. c. "Grafie L”. 1965. Formica. 2,40 m. x 3,66 m. Prive-woning te Duinbergen. d. "Grafie Europe”. 1967. Formica. 3,05 x 15 m. Eurohallen te Kortrijk. e. "Mozaiek 1969”. Glaslaag. 3 x 40 m.

College Scientifique Universitaire. Angers. Architect: Moignet”.17

In 1979 spreekt Luc Peire, geinterviewd door Hector Waterschoot in zijn atelier te Knokke, voor een derde (en laatste) keer over zijn fresco (De Cinemawereld).18 In het kader van ons onderzoek blijft dit een belangrijke informatiebron. Luc Peire levert namelijk enkele informatieve details rond het ontstaan van het werk en geeft 1949 op als het jaar waarin hij de frescotechniek heeft geleerd.19 Het valt op hoe Luc Peire de fresco’s te Sint- Kruis ook hier compleet buiten beschouwing laat.

“Een schilderij kun je bij je thuis maken maar dat blijft een geisoleerde inspanning. Het is iets anders, als je dat ingeschakeld ziet in een architektuur. Toch ben ik nogal vroeg begonnen met een wandschildering in een interieur.20 Dan heb ik in 1949 de freskotechniek geleerd, maar ik heb nooit een kans gekregen om daarmee iets te doen tenzij hier in Knokke, in de hal van een bioskoop. De eigenaars hebben die hal ter beschikking gesteld. Ze wilden wel "iets" hebben, maar wat het werd, interesseerde hen niet; voor hen was het maar een versiering. Maar ik kon mijn freskotechniek toepassen, voor die ene keer dat ik dat kon. Veel later was er dat werk in een prive-woning.21 Nadien dat groot paneel voor Kortrijk22 en zo ben ik van de fresko's naar het relief gegaan.”

Later kon Luc Peire zich artistiek niet meer helemaal verenigen met zijn fresco’s te Sint-Kruis.23 Paul Mattelaer herinnert zich in 2012 Luc Peires houding ten opzichte van het fresco te Knokke: “Ca 1962, toen ik dikwijls op bezoek was bij Luc Peire, sprak hij eerder met een negatieve connotatie over de fresco’s. Het was voor hem het verleden, enkel geometrisch abstract was ware kunst. Zelfs de kleur groen was een ‘figuratieve’ kleur.”24

EPLOOG

Noordzeehotel van Huib Hoste en fresco van Luc Peire te Knokke
KRONIEK VAN EEN AANGEKONDIGDE SLOOP

“Het Noordzeehotel heeft een mooie en heroische tijd gekend. Na de Tweede Wereldoorlog ging het om heel wat redenen - economisch, politiek en toeristisch - bergaf.”25

1946-1947 “Na WO II werd het Noordzeehotel verbouwd tot appartementen; het cafe werd onderverhuurd. De toneelzaal werd in 1946 de cinemazaal 'Monty' met als eerste uitbaters J. Nuyttens-Reniers. In 1947 namen Lucien Loris en zijn echtgenote de zaak over.”26

1951 Herfst.27 Luc Peire brengt het tweedelige fresco De Cinemawereld (met Filmtypen en Cinemabezoekers) aan op de Noordmuur van de gang lopend vanaf de toegang vanuit de Piers de Raveschootlaan naar de filmzaal (Cine Monty). Luc Peire:

“Dan heb ik in 1949 de freskotechniek geleerd, maar ik heb nooit een kans gekregen om daarmee iets te doen tenzij hier in Knokke, in de hal van een bioskoop. De eigenaars hebben die hal ter beschikking gesteld. Ze wilden wel "iets" hebben, maar wat het werd, interesseerde hen niet; voor hen was het maar een versiering. Maar ik kon mijn freskotechniek toepassen, voor die ene keer dat ik dat kon.”28

1964 Cine Monty sluit haar deuren. De zaal doet nog dienst als dancing Seaboat.

1993 De zaal in de achterbouw van het voormalige Noordzeehotel wordt afgebroken. De gemeente Knokke had de toelating gegeven om ze te slopen en te vervangen door garageboxen.

07.2000  Op aanvraag van het Sint-Lukasarchief Brussel (Directeur: Jos Vandenbreeden) maakt de afdeling Monumenten en Landschappen een beschermingsvoorstel op voor het voormalige Noordzeehotel te Knokke.

16.08.2000  Het ministerieel besluit houdende ontwerp van lijst ter bescherming wordt ondertekend. Bevoegde minister: Johan Sauwens.

27.09.2000  De Gemeente Knokke, het provinciebestuur van West-Vlaanderen, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Provinciale Afdeling West-Vlaanderen en de eigenaar geven een negatief advies op de bescherming.

01.12.2000  Het Sint-Lukasarchief organiseert een petitie; ‘De aanslag op het modernisme in Knokke’/ Petitie: Noordzee hotel en theater 1922-1924 Lippenslaan 12-14 (nu “Monty”) Knokke / Architect Huib Hoste.

08.01-20.04.2001 Het Sint-Lukasarchief zet de petitie voor de bescherming van het Noordzeehotel voort en verzamelt 603 handtekeningen.

18.01.2001      Regionale tv-zender Focus brengt in haar journaal een item (met beeldreportage) over de actie van het Sint- Lukasarchief (Directeur: Jos Vandenbreeden) om het Knokse Noordzeehotel van de sloop te redden. Marc Peire ziet toevallig de reportage met beelden van het interieur, onder andere van de gang vanaf de Piers de Raveschootlaan naar de garageruimte (de vroegere theaterruimte, nadien filmzaal). Hij brengt de beelden in verband met de interieurbeelden op het fotomateriaal van de fresco's De Cinemawereld (1951) in situ uit het archief van Stichting Jenny & Luc Peire.

19.01.2001      Marc Peire licht Jos Vandenbreeden, directeur Sint-Lukasarchief Brussel, in over de mogelijke aanwezigheid van Peires fresco De Cinemawereld met Filmtypen en Cinemabezoekers uit 1951 onder de muurbeschildering in de gang naar de vroegere theaterzaal.

22.01.2001      Jan Van Hove (jvh) maakt in De Standaard de aanwezigheid van de fresco's van Luc Peire bekend: ‘Fresco's Luc Peire in Noordzee-hotel?'

01.02.2001      Gunstig advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) met betrekking tot de bescherming van de totaliteit van het Noordzeehotel in de staat waarin het zich bevindt.

03.05.2001      Bekrachtiging van het gunstig advies van de KCML

17.06.2001      Marc Peire stuurt een fax naar Jos Vandenbreeden:

“Zaterdagnamiddag ontmoette ik Mevrouw Miek Goossens, Algemeen coordinator Monumenten en Landschappen. Ze zei me dat minister van Gr[e]mbergen het dossier Noordzee Hotel als negatief had ondertekend, wat er op neer komt dat het gebouw niet beschermd wordt. Een in-triestige zaak!. Wat de fresco's van Luc Peire betreft. Die zitten wel degelijk achter een overschildering. Het terug naar boven halen raamt men op een drie miljoen frank, zonder de nazorg van restauratie bijgerekend. De achterkant van het Noordzee hotel (dus de toegang tot de vroegere toneel-, nadien filmzaal) zou bewaard blijven. Dit verzekerde zij me. Maar wie zal dat allemaal betalen?? Grote vraag.”

17.07.2001      Minister Paul Van Grembergen beslist officieel om het Noordzeehotel niet te beschermen. Het Noordzeehotel wordt geschrapt van de voorlopige lijst ter bescherming. Belangrijkste argument: theaterzaal is afgebroken en ingericht als een parking. Verder argument: de verwaarlozing van het pand in de loop der jaren.

Volgend op deze beslissing: slopingsvergunning wordt toegekend aan de eigenaar. Bouwdossier van de eigenaar komt in afhandeling. Er worden drie nieuwe beschermingsaanvragen ingediend door de KCML.

03.04.2002       Brief van Vlaams Bouwmeester bOb Van Reeth aan Paul Van Grembergen (Vlaams Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid) waarin advies en steun voor bescherming.

03.04.2002 Verschillende Vlaamse specialisten op het gebied van architectuur publiceren een lezersbrief in De Standaard onder de titel ‘Red het Noordzeehotel van de sloophamer'.

25.04.200229 Vlaams Parlement - Commissievergadering nr. 200: Vraag om uitleg van de heer Jan Van Duppen tot de heer Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid, over de noodzakelijke bescherming voor het Noordzeehotel van de Vlaamse modernistische architect Huib Hoste te Knokke. Vraag om uitleg van de heer Jan Laurys tot de heer Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid, over de bescherming als monument van het Noordzeehotel in Knokke.

Minister Van Grembergen wenst niet terug te komen op zijn ministerieel besluit van 17.07.2001 waarbij hij besloot het Noordzeehotel van de ontwerplijst te schrappen. Met betrekking tot het fresco van Luc Peire zegt hij:

“De muurschilderingen van Luc Peire die aanwezig zijn in de achterbouw kunnen, volgens mijn diensten en de afdeling Monumenten en Landschappen, bij de eventuele realisatie van een nieuwbouwproject worden bewaard.”30

Het besluit van minister Paul Van Grembergen:

"Ik zal mijn administratie de opdracht geven om op basis van de gegevens die u mij hier meedeelt, namelijk dat er een bereidwilligheid is aan de kant van de eigenaar, opnieuw een gesprek te voeren. Dat betekent dan dat de eigenaar zijn sloop- en bouwdossiers moet bevriezen. Als de eigenaar dat niet wil, dan blijft mijn beslissing wat ze is. We zullen nagaan wat de werkelijke situatie is (...) Ik wil u niet misleiden en u wilt mij niet misleiden. De slopingsvergunning is toegekend. We zullen nu dus contact opnemen met de eigenaar.”31

05.2002 Eind mei starten Gerard en Ria Pauwaert-Blondeel, inwoners van Knokke, VZW Sint-Lukasarchief, VZW Interbellum Gent, Universiteit Gent Vakgroep Architectuur en Stedenbouw, Vakgroep Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen, V.U.B. Dienst Architectuur en K.U. Leuven Universiteitsarchief een nationale en internationale petitie voor het behoud van het Noordzeehotel.

03.07.2002 Architectuurverenigingen en het Sint-Lukasarchief organiseren in het Sint-Margarethacentrum (tegenover het Noordzeehotel) te Knokke om 15u een persconferentie met panelgesprek (Dr. Leen Meganck, Norbert Poulain, Prof. Arch. Jos Vandenbreeden, Prof. Dr. Linda Van Santvoort, Prof. Dr. Ir. Luc Verpoest): Red het Noordzeehotel!

2026 01 29 15404704.07.2002       In De Standaard verschijnt van Karel Verhoeven het artikel: ‘Ultieme mayday voor Noordzeehotel'.

20.03.2003       Artikel van kgv in de De Standaard: ‘Geen hoop meer voor Noordzeehotel'. "Burgemeester Leopold Lippens van Knokke wil zich toch niet inspannen om het te redden.”

05.2003 Het openbaar onderzoek voor de bouwaanvraag is lopende. Op 25 mei wordt het openbaar onderzoek afgesloten. Een ultieme petitieronde wordt georganiseerd door het Sint- Lukasarchief Brussel. En dit onder de vorm van aangetekende bezwaarschriften (met bijlage van verzamelde petities) die voor 24.05.2003 dienen gezonden te worden naar College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Knokke. Betreffende: bouwaanvraag Lippenslaan 12, residentie Monty, aanvraag van de N.V. ROMEL, Leenstraat 105, 8870 - IZEGEM (afbraak Noordzeehotel van architect Huib Hoste en bouwen van een meergezinswoning). Ondergetekenden eisen het behoud, de bescherming als monument, de restauratie en renovatie van het Noordzeehotel (nu Monty) te Knokke.

09.2003 Na de zomerbouwstop aan de kust begint de afbraak van het Noordzeehotel aan de Lippenslaan. De Streekkrant van West-Vlaanderen Noord van 23-29.09.2003 publiceert een foto van de voorgevel van het Noordzeehotel in afbraak en titelt: ‘Hotel verdwijnt toch'.

26.08.2004 Marc Peire fotografeert enkele door de Dienst Monumenten en Landschappen blootgelegde frescodetails van Luc Peire in de gang van de portierswoning in de Piers de Raveschootlaan.32

17.04.2006 Marc Peire ziet ter plaatse dat de portierswoning in de Piers de Raveschootlaan is afgebroken. Een nieuwe woning wordt opgebouwd boven de garagepoort met inrit en doorgang naar de garage van ‘Residentie Monty' (Lippenslaan 12/14). Hij maakt foto's van de werf en van de toestand van de gang.

2026 01 29 154108Gangwand in Piers de Raveschootlaan 13 te Knokke. Links: 1951 (Foto: Jenny Peire). Rechts: 2004 (Foto: MP)

2026 01 29 1541272026 01 29 154247

2026 01 29 15451818.04.2006 Marc Peire contacteert telefonisch de Dienst Monumenten en Landschappen te Brugge (Ministerie Monumenten en Landschappen) en vraagt om uitleg. Er wordt hem medegedeeld dat men na het ontdekken van de fresco's van Luc Peire het niet nodig geacht had om daar een aparte beschermingsprocedure voor op te starten.

19.04.2006      Marc Peire mailt een persmededeling (met in bijlage een foto van Luc Peire bij het realiseren van zijn fresco in 1951) naar de Vlaamse kranten en naar het Sint-Lukasarchief: Aanklacht: ‘Fresco’s van Luc Peire naar de vernieling in voormalig Noordzeehotel’.

20.04.2006     Verschillende Vlaamse kranten publiceren het bericht. Op zijn beurt stuurt Jos Vandenbreeden (Directeur Sint- Lukasarchief) een persmail: Fresco’s van Luc Peire in de voormalige doorgang naar het Noordzeetheater- Cinema Monty: een vervolg op de schandelijke afbraak van het Noordzeehotel te Knokke!

18.11.2012       In een gesprek met cultuurschepen Maxim Willems (Knokke-Heist) verneemt Marc Peire dat Luc Peire Willems' voorstel radicaal van de hand had gewezen om de collectie kunstwerken die hij in 1991 zou geschonken hebben aan Knokke-Heist (op voorwaarde ze deel te laten uitmaken van een nieuw te bouwen museum voor constructieve abstracte kunst - maar dit project was afgewezen, tot grote ontgoocheling van de kunstenaar), onder te brengen in het tot een museum in te richten Noordzeehotel met tentoonstellingsruimte voor constructivistische kunst.

11.04.2013      Marc Peire mailt naar Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen (Brugge) volgende vraag:

“Geachte, In het kader van mijn doctoraal onderzoek (UGent) over het fresco-oeuvre van beeldend kunstenaar Luc Peire (Brugge 1916 - Parijs 1994) stel ik graag de vraag of het mogelijk is het dossier in te kijken rond het fresco (1951) van Luc Peire, aangebracht in de gang van de portierswoning van het voormalige Noordzeehotel (arch. Huib Hoste) in de Piers de Raveschootlaan 13 te Knokke.

Het fresco is nooit beschermd geworden, maar uw diensten hebben (in 2001?) de overschilderde muur onderzocht en enkele details blootgelegd van het oorspronkelijke fresco.

Mijn concrete vraag betreft: Is het mogelijk dit volledige dossier met analyse en besluiten (ev. fotomateriaal) rond het fresco van Luc Peire te mogen consulteren? Is dit dossier in pdf-bestand beschikbaar?”

12.04.2013      Catheline Metdepenninghen, Erfgoedconsulent bouwkundig erfgoed - interieur, Onroerend Erfgoed West- Vlaanderen, antwoordt op de mail van Marc Peire (11.04.2013): "Er zijn in 2001 inderdaad enkele minimale steekproeven uitgevoerd om de schildering te lokaliseren. Spijtig genoeg kon ze niet gered worden.”

02.11.2014      Marc Peire verneemt via een mail van Jos Vandenbreeden (02.11.2014) "dat de projectontwikkelaar [Jan Romel] een muur zou gebouwd hebben voor de schitterende fresco's, weliswaar op (schabouwelijk) advies van Onroerend Erfgoed!”

03.11.2014       Marc Peire ontvangt per mail (03.11.2014) de bevestiging van architect Hans Christian Demyttenaere, architect van Residentie Monty (op de site van het voormalig Noordzeehotel): "Voor zover ik weet werd deze voorzetwand inderdaad geplaatst.”

12.07.2021 In een reactie op de column ‘Het Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke-Heist' van Plato in Kneistikrant van 10.07.2021, schrijft architect Hans Christian Demyttenaere: "De muurschildering[en] van Luc Peire zijn voor zover ik weet nog steeds bewaard en beschermd door plaatmateriaal. Deze situeren zich langs de ingang van de parkeergarage kant Pierslaan. De bescherming van deze fresco's was de enige voorwaarde die erfgoed stelde.”

BIBLIOGRAFIE

  • ARONBERG LAVIN, Marilyn, BERTELLI, Carlo, DONATI, Maria Teresa & MAETZKE, Anna Maria (2009), Piero della Francesca.
  • The Legend of the True Cross in the Church of San Francesco in Arezzo, Skira, Milano, 2009, 278 pp.
  • AVERMAETE, Tom (Red.), PROVO, Bregje (Red.) & VERDONCK, Ann (2005), Huib Hoste 1881-1957, Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) / Vlaams Architectuurinstituut (VAi) (Focus Architectuurarchieven), Antwerpen, 2005, 272 pp. BEKKERS, Ludo (1966), ‘Gesprek met Luc Peire', in: Streven, jrg. 19, deel II, nrs. 11-12, Antwerpen, 08-09.1966, pp. 1066-1073 BEKKERS, Ludo (1969), ‘gesprek met Luc Peire', in: Museumjournaal, serie 14, nr. 4, Amsterdam, 08.1969, pp. 170-176 BOECKAERT, Remi (1951), Hetkruis en de vrouw (uit de novellenbundel “Tranen en Spotternij”), Uitgave "Arsenaal” (Tijdschrift voor Letterkunde), Gent, s.d. [1951?], 24 pp. [cover: tekening door Luc Peire]
  • BOECKAERT, Remi (1952), ‘Kunstschilder Luc Peire', in: Band, jrg. 11, nr. 3, Leopoldstad-Kalina, 03.1952, pp. 97-99
  • BRASSEUR, Camille (2015), Connexions One [uitgave naar aanleiding van de tentoonstelling 'Connexions One. Belgische kunst 1945-1975' voorgesteld in het mvAc te Antwerpen, 19.09 - 20.12.2015], Pandora Publishers / mvEditions, Antwerpen, 2015, 408 pp. CENNINI, Cennino & MOTTEZ, Victor (1911), Le Livre de i’art ou Traite de la Peinture. Mis en iumiere pour la premiere fois avec des notes par le chevalier G. Tambroni. Traduit par Victor Mottez. Nouvelle edition augmentee de dix-sept chapitres nouvellement traduits, precedee d’une iettre d’Auguste Renoir, et d’une preface inedite du traducteur, suivie de notes et d’eciaircissements sur la fresque, par Victor Mottez, Bibliotheque de l'Occident, Paris, 1911, 152 pp.
  • CHRISTOPHE, Lucien (1952), 'Inleiding', in: “Kunst en Arbeid”. De monumentaie kunst in de openbare en industrieie gebouwen (...) ingericht door het Ministerie van Openbaar Onderwijs onder de Hoge Bescherming van H.M. Koningin Elisabeth, (tentoonstellingscatalogus), 08-29.10.1952, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, Uitgeverij “La Connaissance”, N.V., pp. 4-10 COLINART, Sylvie & MENU, Michel (Eds.) (2001), La matiere picturale: fresque et peinture murale. Cycle de cours intensif sur les ‘Sciences et Materiaux du Patrimoine Cuiturei’ sous ia direction du Prof. R.A. Lefevre. Viiia Rufoio - Ravello, 15-20 septembre 1997, Edipuglia, Bari, 2001, 172 pp.
  • COMER, Johan (2012), 'Schilderkunst in en buiten Knokke', in: Kontaktblad Gidsenbond Brugge & West-Vlaanderen, jrg. 33, nr. 1, Brugge, 01-02.2012, pp. 12-14
  • COUPRY, Claude (2001), Les materiaux: supports, enduits, pigments, liants, in: COLINART, Sylvie & MENU, Michel (Eds.), La matiere picturale: fresque et peinture murale. Cycie de cours intensif sur ies ‘Sciences et Materiaux du Patrimoine Cuiturei’ sous ia direction du Prof. R.A. Lefevre. Villa Rufolo - Ravello, 15-20 septembre 1997, Edipuglia, Bari, 2001, pp. 21-26 DE HOUWER, Veerle (2002), 'Noordzeehotei’ (lezersbrief), in: De Standaard, Brussel, 22.04.2002
  • DE HOUWER, Veerle, DEREZ, Mark, POULAIN, Norbert, ROEGIERS, Jan, VANDENBREEDEN, Jos, VAN SANTVOORT, Linda, VERDONCK, Ann & VERPOEST, Luc (2002), 'Red het Noordzeehotel van de sloophamer', in: De Standaard, Brussel, 03.04.2002 DE INVENTARIS VAN HET BOUWKUNDIG ERFGOED - Huis van 1950 (ID: 77470), West-Vlaanderen. Brugge. Sint-Kruis. Polderhoeklaan 31, http://inventaris.vioe.be/dibe/relict/77470, consultatie 14.11.2011 DELEVOY, Robert L. (1946), La Jeune Peinture Belge, Editions Formes, Paris-Bruxelles, 1946, 222 pp.
  • DEMEESTER, Beatrijs (1982), Luc Peire. Monografie [+ Bijlage]. Proefschrift tot het bekomen van de graad van licentiaat in de Kunstgeschiedenis (promotor: Prof. Dr. M. De Maeyer). R.U.Gent (H.I. voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde), 08.1982, 216 pp. (Monografie) / 217 pp. (Bijlage) (Archief SJLP/M82-1)
  • DEMYTTENAERE, Hc (2021), 'Beste Plato / Beste Dr ethicus', reactie (12.07.2021) op: PLATO, 'Het Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke-Heist', in: Kneistikrant, 10.07.2021. digitaal: Plato: Het Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke-Heist | Kneistikrant dm (2006), 'Fresco van Luc Peire vernield', in: De Standaard, Brussel, 20.04.2006 DM (2006), 'Fresco van Luc Peire vernield', in: Het Nieuwsblad, Brussel, 20.04.2006 DM (2006), 'Fresco van Luc Peire vernield', in: Het Volk, Brussel, 20.04.2006
  • DUCHATEAU, Marcel (1952), 'Luc Peire', in: Drie Vlaamse schilders (Denijs Peeters, Red.), Artistenfonds Rockoxhuis, Antwerpen, 1952, pp. 19-27 (+ ill. XI-XX)
  • FH (2006), 'Fresco Luc Peire vernield in Knokke', in: Gazet van Antwerpen, Antwerpen, 20.04.2006
  • FoNtIER, Jaak (1973), 'In gesprek met Luc Peire', in: De Vlaamse Gids, jrg. 57, nr. 3, Antwerpen, 03.1973, pp. 30-39
  • FONTIER, Jaak (1973), 'Wat met de integratie?', in: De Periscoop, Brussel, 09.03.1973, pp. 1, 6
  • FONTIER, Jaak (1976), 'Luc Peire: de diversiteit van de eenheid', in: Aspecten Luc Peire, (tentoonstellingscatalogus), Stedelijk Cultureel Centrum Knokke-Heist, Knokke-Heist, 26.06-13.09.1976, z.p. [pp. 8-12 (N)] / [pp. 14-15 (F)] / [pp. 16-17(E)] / [pp. 18-19 (D)]
  • FONTIER, Jaak (1995), 'De integratiewerken in Belgie', in: Luc Peire 1916-1994, (tentoonstellingscatalogus), Snoeck-Ducaju & zoon / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, Gent-Antwerpen, 22.04 - 25.06.1995, pp. 111-117 FUGA, Antonella (2006), Materialen en technieken, (bewerkt en vertaald door Paul van Calster), Ludion (Kunstbibliotheek, serie onder redactie van Stefano Zuffi), Gent, 2006, 384 pp.
  • GUISSET, Jacqueline & BAILLARGEON, Camille (Eds.) (2009), Forces murales, un art manifeste. Louis Deltour, Edmond Dubrunfaut, Roger Somville, Editions MARDAGA, Wavre, 2009, 240 pp.
  • HD (1991), 'Luc Peire', in: Brugsch Handelsblad, Brugge, 06.09.1991
  • Jvh (2001), 'Fresco's Luc Peire in Noordzee-hotel?', in: De Standaard, Brussel, 22.01.2001
  • JVRB (2006), 'Familie klaagt vernieling fresco's Luc Peire aan', in: Het Laatste Nieuws (Regio Brugge-Oostkust), Asse, 21.04.2006 KAISER, Franz-W. (2008), 'Muurschildering. Wall Painting', in: Wall Paintings 1+9/9+1, (tentoonstellingscatalogus), bkSM (beeldende kunst Strombeek/Mechelen), 12.10-14.12.2008, pp. 25-54
  • KEIM, Jean A. (1940), Le Cinema, Editions Bourrelier & Cie (Collection La joie de connaitre), Paris, 1940, 128 pp.
  • kgv (2003), 'Geen hoop meer voor Noordzeehotel', in: De Standaard, Brussel, 20.03.2003
  • LANNOY, Danny (2003), 'Cinema te Knokke', in: Heemkring Knokke Cnoc is ier', tijdschrift 40, Knokke, 2003, pp.15-30
  • LANNOY, Danny & DeViNCK, Frieda (2010), Knokke. Nostalgie in Woord en Beeld, De Distel, Knokke-Heist, 2010, 192 pp.
  • LONGHI, Roberto (2002), Piero della Francesca. Translation and Preface by David Tabbat. With an Introduction by Keith Christiansen, Stanley Moss - Sheep Meadow Book, Riverdale-on-Hudson, New York, 2002, 364 pp.
  • MATTELAER, Paul (2006), Persmededeling: Luc Peire en Huib Hoste vernederd te Knokke, (e-mail), Sint-Lukasarchief vzw,
  • Brussel, 26.04.2006 18:38, print 27.04.2006, 1 p. (Archief SJLP/PERS)
  • [MICHIELS, Ivo] (1954), 'De Salons van de week. Luc Peire: kunst van de synthese', in: Het Handelsblad, Antwerpen, 03.03.1954 MUNOZ PEIRATS, Marla Jose (1980), 'Vive y pinta en Gandla. Luc Peire, un artista de nuestra epoca. Manana dara una conferencia en la Facultad de Letras de Valencia', in: Levante, Valencia, 14.02.1980
  • NBL (2003), 'Hotel verdwijnt toch', in: De Streekkrant van West-Vlaanderen Noord, Roularta, Roeselare, week 39, 23-29.09.2003 NYSSEN, Hubert (2004), 'Salkin, Emile. Pour la Nouvelle Biographie Nationale', 06.2004 http://www.hubertnyssen.com/carnetstextes/divers14.htm, consultatie 08.04.2014
  • PAS, Johan (Red.) (2013), Contradicties/ Contradictions. Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen 2013-1663, AsaMER / Paper Kunsthalle vzw, Gent, 2013, 302 pp.
  • PAUWELS, Peter J.H. (2018), 'Modernisme aan de kust. De dokter, de architect, hun 'zwart huis' en de avant-garde van het begin van de jaren 1920', in: Huib Hoste en zijn tijdgenoten. Belgische Avant-Garde 1914-1930. Uitgegeven ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling, Zwart Huis, Knokke-Heist, 25.03 - 13.05.2018, Delen Private Bank / Ronny Van De Velde, 320 pp. PAUWELS, Peter J.H. (2022), Jozef Peeters en de strijd tegen den tingeltangel. Het (inter)nationale netwerk van een Antwerpse pionier in de avant-garde van de jaren 1920, Uitgeverij Ludion - Galerie Ronny Van de Velde, 2022, (twee delen in foedraal), 496 pp. PEIRE, Marc (2006), Persmededeling: Aanklacht: ‘Fresco’s van Luc Peire naar de vernieling in voormalig Noordzeehotel’,
  • 19.04.2006 11:43, print 19.04.2006, 3 pp. (Archief SJLP/PERS)
  • PEIRE, Marc (2009), 'Fresco/Fresque', in: Stichting/Fondation Jenny & Luc Peire. Bulletin 7, jrg. 7, Knokke-Dorp, 07.2009, pp. 10-14 (N) / pp. 10-13 (F)
  • PEIRE, Marc (2016), Van wand naar ruimte. Onderzoek naar de invloed van het 'al fresco' op het werk van Luc Peire. Proefschrift voorgelegd tot het behalen van de graad van Doctor in de Kunstwetenschappen, Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Promotor Prof. dr. Steven Jacobs. University Press (Zelzate), Gent, 12.2016, 753 pp.
  • PEIRE, Marc (2019), 'La Famille Godderis. Diptiek van gestileerd evenwicht en verborgen metafysica', in: Stichting/Fondation Jenny & Luc Peire. Bulletin 17, jrg. 17, Knokke-Dorp, 06.2019, pp. 49-61
  • PEIRE, Marc (2020), 'Luc Peire. Kunstenaar-curator van de tentoonstelling Vormen van heden / Esthetique d'aujourd'hui (Knokke, 1957)', in: Eigenbouwer. Tijdschrift voor de goede smaak, nr. 12, Haarlem, 06.2020, pp. 70-81 PEIRE, Marc (2021), 'Luc Peires ideaal Museum voor Knokke-Heist / Le musee ideal de Luc Peire pour Knokke-Heist', in: Stichting/Fondation Jenny & Luc Peire. Bulletin 18, jrg. 18, Knokke-Dorp, 07.2021, pp. 62-77 (N) / 77-84 (F)
  • PEIRE, Marc (2022), 'De Cinemawereld van Luc Peire in Cine Monty te Knokke' (Deel 1), in: Cnocke is Hier (tijdschrift van de gelijknamige heemkring te Knokke-Heist), nr. 59B, jrg. 50 (2022), Knokke-Heist, 10.2022, pp. 1-17 PEIRE, Marc & SOETAERT, Els (2005), Luc Peire. Catalogue Raisonne of the Oil Paintings, Lannoo,Tielt, 2005, 432 pp. PEIRE-VERBRUGGEN, Jenny & PEIRE, Marc (inleiding en annotaties) (2001), De ateliers van Luc Peire, Ludion, Gent-Amsterdam, 2001, 112 pp.
  • PIRON, Paul (2003), Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des XIXe etXXe Siecles [A-K] (volume 1), Editions Art in Belgium, Ohain-Lasne, 2003, 800 pp.
  • PIRON, Paul (2003), Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des XIXe et XXe Siecles [L-Z] (volume 2), Editions Art in Belgium, Ohain-Lasne, 2003, 830 pp.
  • PLATO (2021), 'Het Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke-Heist', in: Kneistikrant, 10.07.2021. Digitaal: Plato: Het Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke-Heist | Kneistikrant
  • POULAIN, Norbert (2002), 'Het Noordzeehotel', in: Noordzeehotel Knokke. Persmap 3 juli 2002, samenstelling: K.U.Leuven Universiteitsarchief, Leuven, 03.07.2002, p. [1]
  • RINCKHOUT, Eric (2006), 'Fresco's van Luc Peire vernield bij verbouwingswerken in Knokke', in: De Morgen, Brussel, 21.04.2006 STEFANAGGI, Marcel (2001), ‘Les techniques de la peinture murale’, in: COLINART, Sylvie & MENU, Michel (Eds.), La matiere picturale: fresque et peinture murale. Cycle de cours intensif sur les ‘Sciences et Materiaux du Patrimoine Culturel’ sous la direction du Prof. R.A. Lefevre. Villa Rufolo - Ravello, 15-20 septembre 1997, Edipuglia, Bari, 2001, pp. 29-45 STEVERLYNCK, Sam (2006), 'Architectuur. Red het Modernisme', URBANMAG, www.urbanmag.be, consultatie 09.11.2006 VANDENBREEDEN, Jos (2006), Persmededeling: Fresco’s van Luc Peire in de voormalige doorgang naar het Noordzeetheater- Cinema Monty: een vervolg op de schandelijke afbraak van het Noordzeehotel te Knokke!, typoscript/mailbericht, Sint-Lukasarchief vzw, Brussel, 20.04.2006, 1 p. (Archief SJLP/PERS)
  • VANDENBREEDEN, Jos (Red.) (2006), Een Casino voor de toekomst. Nieuwe stedelijkheid in Knokke-Heist, Gemeentebestuur Knokke-Heist / Verdographics, Knokke-Heist, 12.2006, 194 pp.
  • VAN DUPPEN, Jan (2002), Vraag om uitleg van Jan Van Duppen, Vlaams volksvertegenwoordiger aan minister Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse aangelegenheden betreffende de noodzakelijke bescherming voor het Noordzeehotel van de Vlaamse modernistische architect Huib Hoste te Knokke, 04.04.2002, webstek Jan Van Duppen, http://users.pandora.be/jan.van.duppen/j_parlement_noordzeehotel5.htm, p. 1, consultatie 02.02.2003 VAN DUPPEN, Jan, VAN GREMBERgEn, Paul & LAURYS, Jan (2002), Vlaams Parlement-Commissievergadering-nr. 200, Vraag om uitleg van de heer Jan Van Duppen tot de heer Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid, over de noodzakelijke bescherming voor het Noordzeehotel van de Vlaamse modernistische architect Huib Hoste te Knokke. Vraag om uitleg van de heer Jan Laurys tot de heer Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid, over de bescherming als monument van het Noordzeehotel in Knokke, Verslag van 2 vragen in het Vlaams Parlement, Brussel, 25.04.2002, pp. 17-21. http://docs.vlaamsparlement.be/docs/handelingen_commissies/2001-2002/c0m200cul24-25042002.pdf, consultatie 02.02.2003 VERHOEVEN, Karel (2002), 'Ultieme mayday voor Noordzeehotel', in: De Standaard, Brussel, 04.07.2002 WATERSCHOOT, Hector (1979), 'Omroep. 'Curriculum' op BRT-TV 2. Luc Peire: Van Permeke naar een Parijse slaapstad', in: Knack, nr. 43, Brussel, 24.10.1979, pp. 126, 131-132
  • XURIGUERA, Gerard (1976), Luc Peire, Carmen Martinez editions, Paris, 1976, 192 pp.                   (SLOT)

Voetnoten

1 Op basis van de kleurenfoto’s van in 2001 blootgelegde frescodetails.

Giornata betekent letterlijk een ‘werkeenheid’ binnen de tijdspanne van een dag te realiseren, genoopt door het droogproces van de vochtige pleisterlaag (intonaco). Niet elke ‘werkeenheid’ - zoals een meer beperkte oppervlakte of een detail in minder dan een dag gerealiseerd - is een giornata.

Peire realiseert Evocatie van Vlaanderen (uitgerekende oppervlakte: 7,26 m2) in twee giornate. (‘werkeenheden’). Dit betekent een oppervlakte van gemiddeld 3,6 m2 per giornata. (‘werkeenheid’). Op basis van deze gegevens kunnen we er van uitgaan dat Peire De Cinemawereld (geen exacte afmetingen, vermoedelijk maximum 30 m2) in 6 (tot 8) giornate (‘werkeenheden’) moet gerealiseerd hebben (dus: Filmtypen in 3 of 4 giornate (‘werkeenheden’) en Cinemabezoekers in 3 of 4 giornate (‘werkeenheden’)). Het beeldmateriaal biedt geen exacte informatie hierrond. Want de scheidingslijnen tussen de giornate (‘werkeenheden’) zijn onduidelijk en approximatief te onderscheiden, wat zeker een bewijs is van Peires technische onderlegdheid in het al fresco-schilderen. Het bijna onzichtbaar, ‘naadloos’ aanbrengen van de giornata-scheidingslijn - zoveel mogelijk samenvallend met een contour - heeft Peire namelijk met zorg uitgewerkt in de fresco’s te Sint-Kruis (en dus ook te Knokke). Peire volgt letterlijk Mottez die schrijft: “Men snijdt zorgvuldig het afgewerkte deel bij en de volgende dag plaatst men op het te realiseren gedeelte een nieuwe mortel. Die dient dan met veel zorg tegen het beschilderde deel aangebracht te worden. Zo wordt de naad bijna onzichtbaar. Waar mogelijk lokaliseert men de naad in een contour.” (Cennini & Mottez 1911, p. 123 (vertaling MP)).

En nog dit. Het beeldarchief toont aan dat Peire bij zenitaal licht kon werken. De gang naar de zaal ontving immers natuurlijk licht van bovenuit.

2 E-mail van Catheline Metdepenninghen (Erfgoedconsulent bouwkundig erfgoed - interieur, Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen) aan Marc Peire, vrijdag 12 april 2013 4:15 PM, Subject: RE: Dossier Fresco Luc Peire te Knokke.

3 De inventarisatie van Peires pigmentrestanten vormt een onderdeel van het onderzoek in Peire Marc 2016, pp. 344-345.

4 Bewaard in glazen bokalen en in papieren verpakkingen in Peires originele houten schouderbak. Nu in mijn bezit. (Peire Marc 2009, p. 11) Een bokaal met glazen stop bevat calciumoxide. Dit is de grondstof in natuurlijke toestand die Luc Peire moet aangewend hebben om kalkwater aan te maken. Enkel het pigment Alizarin crimson (rood) dat voorkomt in de fresco’s te Sint-Kruis, is niet teruggevonden bij de restanten. Op basis van de acht close-upshots die ik op 17.04.2006 maakte van in 2001 blootgelegde details van De Cinemawereld, kunnen volgende kleuren bij benadering worden gedetecteerd: gele oker, Venetiaans rood, kobalt turkis (turquoise), ultramarijn blauw (donker), ivoorzwart.

5 Afgeleid van losliggend bokaaletiket in de bak waarop gedrukt: '(...) Couleurs seches / 100 Grammes (...) / Vert emeraude veritable / (...) Sennelier. 3, Quai Voltaire, Paris. Fabrique de couleurs fines et de toiles a peindre (...)’.

(vert emeraude = smaragdgroen).

6 Op verpakking vermeld: 'Azur - Bleu d’outremer. Destree. Blauwsel. 4105. S.A. des usines Destree - Haren-Melle’.

7 Dit wijkt enigszins af van gebruikelijke voorschriften voor de al fresco-praktijk waarbij tussen arriccio (verhouding: 1 deel kalk / 2 delen grof zand van ongeveer 6 mm dik) en intonaco (verhouding 1 deel kalk / 1 deel fijn zand, dunner dan de arriccio) nog een pleisterlaag (met groter aandeel kalk dan arriccio) wordt aangebracht. De tussenlaag dient om de vlakheid van de muur nog beter te maken. (visuele bron: L’art de la bonne fresque, 1993, Yves Charnay & Romano Prada, Arte et Delta-Image, 12’. Het betreft een demonstratie van de al fresco-techniek vrij naar Cennino Cennini. https://www.youtube.com/watch?v=mc3glp9y-JM). Marcel Stefanaggi beschrijft de lagen als volgt: “arriccio destine principalement a egaliser le support (mur) (...) intonaco, de meme composition (chaux: sable) mais plus mince et plus soigne, parfois additionne de materiaux poreux.” (Stefanaggi 2001, p. 34) Cennino Cennini heeft het enkel over een raspige basislaag (= arriccio) met daarop een dunne laag (= intonaco), niet over een tussenpleisterlaag. De dunnere intonaco-laag moet dan op haar beurt toelaten de op de arriccio of op de tussenlaag aangebrachte tekening (in sinopia) zichtbaar te laten.

Cennino Cennini en Victor Mottez, op wie Luc Peire zich moet gebaseerd hebben voor de techniek van het al fresco - hij bewaarde namelijk het boek Cennini & Mottez 1911 in zijn archief -, geven geen exacte diktereferenties aan voor de lagen. Cennini heeft het enkel over een 'dunne’ laag ('niet te veel’) (= intonaco) aan te brengen op de bevochtigde oude laag (= arriccio). Hij hecht wel een groot belang aan het vlak maken van die laag: “Donc place un morceau d’enduit mince (pas trop) bien uni sur le vieil enduit que tu as mouille, avec ton pinceau de grosses soies que tu trempes dans l’eau; arrose cet enduit; puis, avec une douve de la largeur de la paume de la main, frotte en tournant sur l’enduit bien mouille, que la douve puisse enlever la ou il y a en trop, remettre la ou il en manque et bien aplanir ton enduit. Mouille-le encore avec ton pinceau s’il en est besoin, et avec la pointe de la truelle bien propre et mise a plat frotte partout pour polir l’enduit.” (Cennini & Mottez 1911, p. 38)

Om een zeer solide arriccio-laag op de muursteen te bekomen, adviseert Victor Mottez een dikte van “une ou deux pieces de cinq francs”. (Cennini & Mottez 1911, p. 119). Dit is 2,50 mm of 5 mm.

Antonella Fuga geeft geen diktedimensies aan van de lagen. (Fuga 2006, pp. 99-111).

8 Zoals beschreven door Antonella Fuga (Fuga 2006, p. 105) aan de hand van het voorbeeld van het fresco Dame (detail) van Pisanello uit Palazzo Ducale te Mantua.

9 Ook de Byzantijnse kunstenaar werkte op dikkere mortel- en pleisterlagen (arriccio en intonaco) dan later gebruikelijk was, niet om per dag grotere oppervlakken te realiseren, maar om, volgens Antonella Fuga (Fuga 2006, p. 101), meer tijd te hebben voor een zorgvuldige uitvoering dankzij het lange droogproces (exacter: carbonatatie (= scheikundige reactie), zie Peire Marc 2016, p. 336 (voetnoot 24)). Volgens Marcel Stefanaggi kon de dikte van de intonaco-laag bij Romeinse fresco’s zelfs een tiental centimeter bedragen. Na het Romeinse rijk wordt de techniek eenvoudiger en de intonaco-laag dunner. (Stefanaggi 2001, pp. 34-35).

10 Dossiernummer KIK: 2016.12978. Datum verslag 19.04.2016. Conclusie geformuleerd op p. 5/10 van het verslag. De arriccio-laag daarentegen is samengesteld op basis van een matig hydraulische kalk en een middelgrof kwartshoudend zand. De verhouding wordt geschat op ongeveer 1 volume bindmiddel op 2 tot 3 volumes zand. Het volledige rapport van de analyse van de samenstelling van de pleisterlagen is opgenomen in Peire Marc 2016, pp. 712-721.

11 “De techniek van het buon fresco is namelijk zeer omslachtig en vraagt van de uitvoerder een hoge mate van ervaring en vakmanschap. Er wordt al te vaak gedacht dat frescoschilderen alleen maar te maken heeft met het schilderen op een nog natte pleisterlaag, maar dit is maar een van de vereisten om van een fresco te kunnen spreken. Jean-Baptiste Van Eycken experimenteert midden 19de eeuw met drie technieken tegelijkertijd op eenzelfde ensemble in de Brusselse Kapellekerk: Wasserglas, fresco en encaustiek, maar vooral het ‘fresco’-gedeelte wordt een mislukking omdat hij de techniek niet beheerst.” (E-mail van Marjan Buyle (Erfgoedonderzoeker Afdeling Onderzoek en Bescherming Onroerend Erfgoed, Vlaamse Gemeenschap) aan Marc Peire, donderdag

11 april 2013 16:02, Onderwerp: Re: Luc Peire, muurschilderkunst 20ste eeuw).

12 Peire Marc 2009, p. 11 (N).

13 Fontier 1973a, p. 36. Luc Peire vermeldt zijn frescowerk niet in zijn antwoord op een vraag van Ludo Bekkers in 1969: “[L.B.] U bent dan zelf gaan zoeken om uw werk te integreren in de architectuur. [L.P.] De integratie in de film was een integratie in de tijd. Ik zocht nu ook naar een integratie in de ruimte en daar bracht de architectuur de oplossing (...) Een eerste poging was een werk in Knokke, Graphie 50, in een prive interieur. Het was nog van bescheiden afmetingen.” (Bekkers 1969, p. 174).

14 Luc Peire vernoemt hier enkel het fresco voor de publieke ruimte (cinemahall) te Knokke, niet de fresco’s voor de privewoning van zijn broer Marcel te Sint-Kruis.

15 Foute datering. Correctie: 1951.

16 Graphie L (1965, synthetische verf op formica (3 panelen), 240 x 366 cm, ILP 1018) voor het interieur van Roland De Brock te Duinbergen. Graphie LVII ‘Europe’ (1967, synthetische verf op formica, 300 x 1500 cm, ILP 1026) voor 'De Hallen’ te Kortrijk.

17 Fontier 1973b, pp. 1, 6.

18 Waterschoot 1979, p. 131.

19 In een interview met Maria Jose Munoz Peirats (Munoz Peirats 1980) vermeldt Luc Peire het jaartal 1950 en De Balearen als locatie waar hij de frescotechniek heeft geleerd.

20 Luc Peire bedoelt de muurschildering in olieverf Vlaanderen, o welig huis te Edegem van 1940, ook door de kunstenaar vermeld in Fontier 1973b, p. 6.

21 Graphie L (1965, ILP 1018).

22 Graphie LVII 'Europe' (1967, ILP 1026).

23 “Tweeenveertig jaar later konden de fresco’s te Sint-Kruis niet meer rekenen op de volle appreciatie van hun schepper. Peire’s wereld was nu die van de pure abstractie.” (Peire Marc 2009, p. 11 (N)).

24 E-mail van Paul Mattelaer aan Marc Peire, vrijdag 21 december 2012 14:19, Onderwerp: Re: Re: Wensen.

25 POULAIN, Norbert, ‘Het Noordzeehotel’, in: Noordzeehotel Knokke. Persmap 3 juli 2002, samenstelling: K.U.Leuven Universiteitsarchief, Leuven, 03.07.2002, p. [1].

26 Lannoy & Devinck 2010, p. 63.

27 Op basis van de herinnering van schilder Willy Desmedt (mondelinge getuigenis aan Marc Peire op 26.07.2014) die samen met Gilbert Decock Luc Peire bezocht die toen te Knokke het fresco realiseerde.

28 Waterschoot 1979, p. 131.

29 Van Duppen 2002. Op de webstek van Jan Van Duppen wordt 4 april opgegeven.

30 Van Duppen, Van Grembergen & Laurys 2002, p. 19.

31 Van Duppen, Van Grembergen & Laurys 2002, p. 21.

32 Zie 17.06.2001: fax van Marc Peire aan Jos Vandenbreeden. Dit onderzoek door de Dienst Monumenten en Landschappen gebeurde onder andere naar aanleiding van het bericht in De Standaard van 22.01.2001.

De Cinema wereld van Luc Peire in Cine Monty te Knokke - Deel 2

Marc Peire

Cnocke is Hier
2023
60a
019-033
BV
2026-03-02 16:18:58