☰ Extra

Verwee versus Mesdag

Danny Lannoy

2026 01 28 155605Een jaar na het overlijden van Alfred Verwee op 15 September 1895, verscheen een overzichtscatalogus van zijn werk, met een voorwoord van Camille Lemonnier. Daarin zien we drie schilderijen met als eigenaar Hendrik MESDAG, Nederlands kunstschilder! Wij vroegen ons af waarom een gekend schilder interesse had voor het werk van de Belgische dierenschilder die in 1887 aan de bakermat lag van de badplaats Knokke.

Hendrik Willem Mesdag (Groningen 23.02.1831- Den Haag 10.06.1915) was kunstschilder, aquarellist, etser en lithograaf. Hij behoorde tot de 'Haagse School' en genoot bekendheid door zijn Panorama van Scheveningen.

Hij was de zoon van Klaas en Johanna W. van Giffen, een stijfselfabrikant, die later bankier werd. Tekenen en schilderen zat er van jongs af in. Zijn leermeesters ware C.B. Buijs en J.H. Egenberger, directeur van de Academie Minerva. Hendrik huwde in 1856 met Sientje van Houtte, die ook artistiek was aangelegd. Hun enig kind, Klaas, overleed op achtjarige leeftijd.

In de zomer van 1868 verbleven Mesdag en zijn vrouw en kind op het Duitse Waddeneiland Norderney, waar hij de zee als decor koos voor de meeste van zijn latere doeken. Een jaar later verhuisde hij naar Den Haag en na een tijdelijk verblijf liet hij er met zijn zwager een huis bouwen in de Laan van Meerdervoort (6 km lange laan van het centrum naar Kijkduin). Regelmatig huurde hij een kamer in de villa Elba, het latere Hotel Rauch in Scheveningen.

Naar Brussel

In 1866 gaf hij zijn loopbaan in het bankwezen op en ging hij zich volledig toeleggen op de schilderkunst. Hij verbleef in de zomer in Oosterbeek, toen bakermat van de Haagse School. Hij werkte er samen met Joannes Bilders en zijn achterneef Laurens Alma Tadema. Deze laatste bracht hem in contact met Willem Roelofs die zich in 1846 in Brussel had gevestigd als Nederlands kunstschilder. Roelofs werd zijn leermeester van 1866 tot 1869. Daar ontstond ook een vriendschap met Alfred Verwee. Zijn verblijf in de Belgische hoofdstad ‘zou van beslissend belang zijn voor zijn latere carriere als schilder- verzamelaar en organisator' schreef Saskia De Bodt.

In Brussel vestigde de familie zich in de Rogierslaan 244, in dezelfde straat waar ook Willem Roelofs en Alfred Verwee verbleven. Toen werd ook de Societe Libre des Beaux-Arts opgericht die zich opstelde tegen het academisch schilderen. In 1871 verscheen het tijdschrift L'Art Libre die de theorieen van die artiesten verdedigde. De vernieuwing van de kunst moest de kunstenaar naar buiten brengen, wat leidde tot het ‘plein air' schilderen.

Roelofs was in Brussel een autoriteit; hij was er in 1855 reeds medeoprichter van de Societe Belge des Aquarellistes die ook veel Nederlanders aantrok.

2026 01 28 155705Mesdag werkte niet in het atelier bij Roelofs, maar hij kreeg van de meester aanbevelingen en raadgevingen in zijn eigen vertrouwde werkruimte. Mesdag ging de natuur ten volle bestuderen en hield zich nauwgezet aan detailstudie.

Zijn belangrijkste contact werd Verwee. Eenmaal terug in Nederland zou hij nog jarenlang corresponderen met de Belgische dierenschilder die ondertussen zijn plaats had ingenomen in het Brusselse kunstleven. Naar aanleiding van het Salon in Brussel in 1860 schreef men: ‘De Heer Verwee is een jonge schilder die zijn lot in eigen handen heeft. Zijn 'runderen vertonen een waar kunstenaarstemperament (...) Het is te zien dat het realisme hem zeer aantrekt; als hij niet oppast zal hij erdoor bezeten geraken en zal hij het lot ondergaan van zovelen andere jongeren....

In 1869 had E. De Lavelye het over: de heer Verwee behoort tot de realistische school, maar hij maakt de natuur ten minste niet lelijk (...). Hij geeft wat hij ziet zorgvuldig weer (...). Mesdag bewonderde zijn werk en kocht een drietal doeken, waarmee hij de grondslag legde voor zijn collectie.

Mesdag werd lid van de Societe en bleef, eens terug in Nederland, zijn lidgeld betalen. Zijn zee-studies genoten grote bijval bij zijn collega's in Brussel. Uit de briefwisseling met Verwee lezen we de overgang van het Brusselse kunstleven naar Den Haag. 25 brieven van Mesdag aan Verwee uit de periode 1869 tot december 1888 zijn bewaard gebleven (Rijksarchief collectie Handschriften & kleine archieven).

Op 15 juli schreef Mesdag: We zijn nu wat op orde; ik ben ook druk bezig studies te maken zowel van de zee als van het landschap: de natuur is hier zo mooi.'

Mesdag ging veel schilderen in Scheveningen om de schepen te bestuderen. In januari '70 had hij het over: 'Ik heb de laatste tijd vorderingen gemaakt en begin steeds meer de finesses en het karakter van het land hier te vatten.... Hij begon ook zijn eerste strandstukken te exposeren. Hij had meer succes in het buitenland en met name in Brussel dan in zijn eigen land. Zijn eerste erkenning genoot hij in 1870 op het 'Parijse Salon' met een gouden medaille voor het werk Les brisants de la Mer du Nord. Hij genoot bekendheid is diverse salons, in London, Lyon, Philadelphia, Amsterdam,

Florence en Berlijn

Op een tentoonstelling in Den Haag schreef hij aan Verwee: 'Ik heb weinig plezier van mijn schilderijen die in Den Haag geexposeerd zijn; ze zijn zeer slecht gehangen.' Hij kreeg negatieve kritieken wat enkele jaren later omsloeg in positieve zin. Een criticus schreef: 'ik heb de heer Mesdag beslist verkeerd gezien; in een beter daglicht heeft hij me sindsdien gegrepen door zijn sterke en ongekunstelde waarheid...'

Over het doek Gezicht op Scheveningen, dat in 1871 te Gent werd tentoongesteld schreef Mesdag aan Verwee: 'Bedankt voor Uw goed oordeel (...) Dit schilderij heeft mij veel moeite gekost en geldt voor mij als een van mijn goede doeken; maar de meeste kunstenaars hebben helemaal niet begrepen, dat ik met dit slechts een eenvoudige weergave van onze kustplaatsen met hun bleke, grijzige tint heb willen geven.' In Nederland was er discussie over het al dan niet 'alledaagsche' dat Mesdag schilderde. Hij zou vanaf 1875 minder strandtaferelen schilderen, wel meer de zee en boten in alle situaties.

In 1872 kreeg Mesdag een gouden erepenning in Den Haag en werd hij geroemd: Mesdag heeft een gelukkig oog voor zee en lucht, een poetische bezieling in zijn stoute techniek en eene zeldzame begaafdheid voor kleur en toon (•••).'

In Den Haag speelde hij in 1876 een belangrijke rol bij de stichting van de Hollandsche Teekenmaatschappij met Anton Mauve en Willem Maris. In 1889 werd hij lid van de Nederlandse Etsclub maar hij gaf de voorkeur aan olies op doek. Mesdag kwam ook in het genootschap 'Pulchri Studio' terecht (Uit liefde voor het schone); werd er voorzitter van tussen 1889 en 1907, later erevoorzitter.

2026 01 28 155722Mesdag in zijn atelier

In 1881 werkte hij samen met zijn echtgenote en enkele jongere schilders (George H. Breitner, Bernard J. Blommers, Theophile de Bock) aan zijn Panorama van Scheveningen. De Belgische uitbatingsmaatschappij geraakte failliet wat Mesdag ertoe aanzette het panorama zelf aan te kopen.

Panorama's waren in die periode heel populair. Ze gaven een realistische blik op bepaalde streken of onderwerpen zoals oorlogstaferelen...

2026 01 28 155755Fragmenten van het Panorama 

Mesdag schonk nog voor zijn overlijden het werk aan zijn 33 neven en nichten in de vorm van de NV Panorama Mesdag. Het beheer is nog steeds in handen van de nazaten van de oorspronkelijke aandeelhouders.

Het fameuze cilindervormig werk, 120 meter lang, is na restauratie nog steeds te bewonderen langs de Zeestraat in Den Haag. We zien er de Noordzee, duinen, het strand met de vissersboten, de bebouwing van den Haag en het dorp Scheveningen.

In maart 2015 werd het Panorama Mesdag officieel heropend samen met een nieuw museumgedeelte dicht bij het huidige Hilton Hotel.

In 1896 verwierf hij samen met zijn broer Taco de woning van oud-minister Gijsbert Van Tienhoven aan de Lange Voorhout om er de 'Pulchri' collectie in onder te brengen. In 1901 kon de eerste ledententoonstelling er plaatsvinden.

Mesdag was meer dan een goed marineschilder ...Ondertussen had hij zich al een grote collectie schilderijen aangekocht. De uitgebreide collectie bevatte heel wat impressionistische doeken van de 'School van Barbizon'. De meer dan 200 werken werden ondergebracht in een bijgebouw van zijn huis dat in 1887 tot Museum H.W. Mesdag werd gedoopt. Hij had ook interesse in werk van de Haagse School waar hij zelf deel van uitmaakte met werk van Jozef Israels en Anton Mauve (sedert 1990 maakt het museum deel uit van het Van Gogh Museum na heel wat strubbelingen).

Mesdag zelf stelde in 1899 tentoon bij kunsthandelaar Durand-Ruel in Parijs en kreeg er lovende kritieken. Hij kreeg de eer de titel van Officier van het Frans Legioen' te dragen.

In 1903 had de kunstenaar- verzamelaar de Mesdag Collectie geschonken aan de Nederlandse Staat. Hijzelf bleef directeur van het Rijksmuseum tot in 1911. Uit dankbaarheid kreeg hij het 'Grootkruis in de Orde van Oranje- Nassau'. Hij was ook 'Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw', 'Commandeur in de Leopoldsorde' (Belgie), 'Commandeur in de Deense Orde van de Dannebrog' en 'Ridder in de Orde van de Italiaanse Kroon'. Sientje van Houten, zijn echtgenote stierf in 1909; Willem zelf overleed in Den Haag op 10 juli 1915 op 84-jarige leeftijd. Hij vond zijn laatste rustplaats op 'Oud Eik en Duinen' bij zijn vrouw onder een platte steen waar enkel 'Mesdag' staat vermeld.

Doeken van Alfred Verwee

Toen Mesdag in Brussel vertoefde leerde hij via Roelofs Verwee kennen. De jonge Verwee was in 1868 toen 30 jaar. Mesdag was 37 jaar.

Onze interesse ging natuurlijk uit naar welke doeken Mesdag specifiek op het oog had in een periode dat Verwee nog geen bekendheid genoot. Verwee zijn grote doorbraak moest nog komen.

In 1868 was Verwee pas gehuwd en had hij Roelofs nog bezocht in Nederland. Hij behaalde in 1869 een gouden medaille in Brussel met De Hengst. Vanaf nu zouden zijn kleuren lichter worden. De zuiver realistische schilderwijze zoals bij Louis Verboeckhoven en Constant Troyon veranderde stilaan in een meer vrijere impressionistische toets. Mesdag had verscheidene werken van de Franse kunstenaar Troyon in zijn collectie.

In de catalogus uit 1896 vinden we de originele naam van de schilderijen: MESDAGH Artiste - Peintre La Haye

  • Nr 210 Etalon flamand au bord de la mer 0,93 x 0,68 signe 1869 (1)
  • Nr 211 Troupeau de moutons dans les dunes 0,98 ,4 x 141,6 signe 1869 (2)
  • Nr 212 Vaches dans les dunes 0, 44 x 0,90 signe 1868 (3)

Deze 3 werken staan betiteld in de huidige Op het strand, 1869 (1) collectie als:Ochtend in de duinen bij Heist, 1869 (2) Weide met koeien, 1868 (3)

2026 01 28 1559002026 01 28 155920

Als grote bewonderaar van Verwee was hij soms niet onverdeeld tevreden. Het eerste werk Op het strand schilderde Verwee in opdracht van Mesdag en werd in ditzelfde jaar geleverd in Den Haag. Hij schreef: 'Het witte paard heeft grote kwaliteiten, maar het schijnt me toe, dat het hoofd en de hals te groot zijn in verhouding tot de achterkant; de man met de blauwe kiel is niet goed getekend; evenmin een van de paarden op de achtergrond...

De lucht is veel te zwaar en heeft te weinig licht, de voorgrond is niet stevig genoeg; de zee is mooi en zou nog mooier zijn, als de voorgrond een beetje benadrukt was...'

Verwee liet ook niet na om werk van Mesdag te bekritiseren. Beide kunstenaars hadden misschien een voordeel met deze openhartige briefwisseling. Dit werk sluit echter het meest aan bij zijn latere 'betere' werk. Over het werk Effet du matin, 1868 met een kudde koeien in een helder morgenlicht werd geen kritiek geleverd. Het 3de doek Troupeau de moutons dans les dunes had Verwee goede kritieken gekregen in de Chronique belge des Arts et de la Curiosite. Verwee had zelf twijfels en had Louis Robbe om advies gevraagd; Robbe was een dierenschilder van de oudere generatie. Robbe schreef in een ironische brief: 'U heeft een modderige en vieze kudde gekozen, waarschijnlijk om een partij te krijgen met meer kleur dan Uw groenen en misschien ook wel om het publiek niet die eeuwig schone schapen voor te zetten.' Het kwam erop neer dat hij Verwee aanraadde liever runderen te schilderen dan schapen. Hij heeft later nauwelijks nog schapen geschilderd.

2026 01 28 155938Alfred Verwee, Ochtend in de duinen bij Heyst, 1869

De dieren op het werk in bezit van Mesdag waren vrij goed geborsteld, maar na verloop van tijd was Mesdag minder gelukkig. 6 jaar later wilde hij ze kwijt. Hij schreef op 7 november aan Verwee: 'ik weet niet of Uwschilderij van de Expositie (Les vaches au bord de la Meuse verkocht is, zo niet, dan stel ik U voor, dit schilderij te ruilen voor het volgende: de schapen die ik van u heb....'

Mesdag wilde nog een eigen schilderij aanbieden ter compensatie of een geldelijke tussenkomst. Van onderhandelingen is er blijkbaar niets uit de bus gekomen. Het doek maakt nog steeds deel uit van de Collectie Mesdag.

Ligt de oorzaak bij zijn vroeger beroep als zakenman-bankier! Hij volgde op de voet de ontwikkelingen in het Brusselse milieu en de collega's kunstenaars in Belgie en Nederland.

Mesdag bestelde veel doeken, beoordeelde en veroordeelde de werken heel technisch en keek hoe sommige kunstenaars evolueerden na enkele jaren......... dit deed hij ook bij Verwee.

Het was een man van en voor de kunst en kreeg een ereplaats in de grote kunstenaarswereld van de Lage Landen.

2026 01 28 155957Alfred Verwee, Weide met koeien, 1868

Bibliografie:

  • Saskia De Bondt, H. W. Mesdag en Brussel, 1981.
  • D.Lannoy, F.Devinck, Th.Thomas, Impressionisten in Knocke & Heyst, Stichting Kunstboek, 2007. D.Lannoy, F.Devinck, Th. Thomas, Van het atelier naar de Kust, Stichting Kunstboek, 2012.
  • De Mesdag Collectie, raadpleegbaar via Wikipedia.
  • Panorama Mesdag, idem.
  • Hendrik Willem Mesdag, idem.

2026 01 28 160019Een van zijn betere werken uit zijn 2de periode. Het doek werd in 2020 gerestaureerd en hangt nu opnieuw in de raadzaal van het stadhuis te Tienen. LA SAULAIE, Drie koeien bij een wilgenbosje, o/d 2.35 x 2.80 m 
Het doek was bij het overlijden van de kunstenaar in 1895 in het bezit van zijn echtgenote.

Verwee versus Mesdag

Danny Lannoy

Cnocke is Hier
2022
59b
042-047
BV
2026-03-02 13:03:29