☰ Extra

Aftelrijmpjes

André Desmidt

Wie herinnert zich nog de speelplaats van de oude school. Een grijze oppervlakte van cementdallen met een blok toiletten en later ook een fonteintje om water te drinken. Er was permanent toezicht zodat niemand kattenkwaad zou kunnen uitsteken. Bij de jongens waren de balspelen verboden omdat er teveel ruiten sneuvelden. In groepjes staan babbelen of rondlopen met de handen in de broekzakken ook dat mocht niet. En als er al eens ruzie gemaakt werd dan kwam de “surveillant” ofwel onmiddellijk tussen ofwel liet hij de vechtersbazen begaan tot ze uitgevochten waren en het afdropen met een bloedneus, een blauw oog en wat (bloedende) schrammen. (Sommige zaken lossen zichzelf op).

aftelrijmpjes 01Wat werd er allemaal gespeeld op de speelplaats? Dat hangt een beetje af van de tijd van het jaar. Bij voorkeur groepsspelen. Tikkertje, verstoppertje of katje-duuk (al wie niet weggedoken is, is gezien), de speelplaats overlopen zonder getikt te worden, zakdoek leggen… en bij mooi weer marbelen (knikkeren), pikkelen (bikkelen), toppen. In de winter met sneeuwballen gooien of glijden op een zelf aangelegde ijsbaan.

Populair was ook het spel: tikkertje en dan vooral “tikkertje woar da je sloat.

Er was ook heel wat “deugnieterij” zoals het vervelende belletje-trek bijvoorbeeld of met een schietlap naar de vogeltjes mikken of kikkers vangen en ze opblazen met een rietje.

De meisjes hielden het vooral bij hinkelen, kaatsballen, koord springen, schipper mag ik over varen ? Ja of neen. (een soort tikkertje waarbij men van de ene kant van de speelplaats naar de andere kant rende zonder aangetikt te worden). Eén, twee, drie piano was een spel waarbij men moest lopen en dan plots onbeweeglijk moest staan.

aftelrijmpjes 02

Individueel spelen deed men met de diabolo of met de jokkarie.

Zakdoekleggen waarbij een meisje rond de anderen liep die in een cirkel zaten. Diegene achter wie de zakdoek viel moest dan de legster inhalen vooraleer ze kon neerzitten. (zie afbeelding en aftelrijmpje verder).

aftelrijmpjes 03Kallen was het spel waarbij men een stukje hout van ongeveer 8cm² gooide op een vooraf getekend kruis in krijt met genummerde vakken.
Men moest hinkend het stukje hout met de voet verplaatsen naar een ander vak tot aan nummer 10. Na wat rust terug naar nummer 1. Kwam het hout buiten het getekende vak dan was men “buiten spel”.

Ringelo-Rangelo was het spel met de ring die men verscholen hield in de samengevouwen handen. De deelnemers vormden een ronde en stonden allemaal met gevouwen handen. Het meisje met de ring liep rond en liet ongezien de ring bij iemand vallen al zingend: ringelo rangelo… ik moet zenden een ring naar Amerika. Is hij niet hier, is hij niet daar… hij zit in Amerika maar ik weet niet waar.

En dan maar raden wie de ring had.

aftelrijmpjes 04Blinddoek was het spel waarbij een groepje meisjes in een cirkel stonden en in hun midden een geblinddoekt meisje. Het meisje in de cirkel moest het geluid van een dier nabootsen en de geblinddoekte moest dan het “dier” vinden en die plaats innemen.

Tot begin jaren zestig droegen ze in de katholieke scholen nog lange rokken. De zusters hadden een kap en een gewaad tot op de grond. De frères (broeders) hadden iets dat op een soutane van de priesters geleek. Het grote mysterie van de kinderen was: moeten die ook naar het toilet ??? En zo ja, hoe doen ze dat ???
Toen de kledij eenvoudiger werd na het Vaticaans Concilie dan leek de wereld te veranderen. De zusters hadden ook kuiten en knieën en de broeders in “clergy” geleken op de priesters. Met het verdwijnen van de lange rokken verdween ook een stukje respect. Het leken ook maar gewone mensen…

Kaatsballen tegen een gevel in de straat. Geen groepsspel maar een persoonlijke behendigheid.

’t Glazen bruggetje was ook een groepsspel met bijhorend liedje: De glazen brug is gemaakt van suiker en van zeem.

Een deelneemster legde de gestrekte armen op de schouders van het meisje voor haar. Eén na één bukten ze en liepen onder de gestrekte armen door en legden op het einde van de rij dan ook hun gestrekte armen op de schouders van de voorgaande deelneemster tot de brug volledig was. Er werd gestopt als iedereen het beu was.

aftelrijmpjes 05Maar nu terug naar onze spelen op de speelplaats. Wie mocht er beginnen ? Daarvoor gebruikte men een aftelrijmpje. Maar bij veel van die versjes wist ge vooraf waar het zou eindigen. Dus was het belangrijk te weten met wie men het rijmpje begon !

Er waren ook liedjes die men zong tijdens het spel zoals bij “zakdoek leggen”. Dat zorgde voor sfeer en ambiance.

Zakdoek leggen,
niemand zeggen,
'k heb de hele nacht gewerkt.
Twee paar schoenen heb ik afgewerkt,
één van stof
en één van leer,
hier leg ik mijn zakdoek neer.

Een ander zeer populair aftelrijmpje was iene miene mutte. IENE MIENE MUTTE is het debuutverhaal van schrijver Airlidge en gaat over een meisje dat ontvoerd werd in het bos waar ze kon ontsnappen…

inne minne mutten,
10 pond grutten,
10 pond kaas,
inne minne mutte
is de baas.

Schipper mag ik over varen,
ja of nee.
Moet ik dan een cent betalen,
ja of nee.

Witte zwanen
zwarte zwanen
wie wil er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten,
de sleutel is gebroken.
Is er dan geen smid in 't land,
die de sleutel maken kan?

aftelrijmpjes 06Constantijn

heeft een hobbelpaard,
daarmee rijdt hij de kamer rond,
zo maar in zijn bloote ...
Constantijn
( en weer opnieuw )


ippe tippe torreke
de meester heeft een snorreke
de meester heeft een sik
en af ben ik
In het water lag een pater met zijn tenen boven water
hoeveel tenen had die paaaater 1 2 3.

aftelrijmpjes 07Alle indiaantjes schieten met banaantjes pief poef paf en gij zijt er van af
Ollekebolleke rebusolleke ollekebolleke KNOL
ariekara ariekara
gij moet zenden
gij moet de ring naar Amerika verzenden
Hij is niet hier hij is niet daar
hij is allange in A M E R I K A
Nu moet gij kunnen zeggen wie die schoonste ring ontvangen heeft en wie de dief is geweest
(grote gelijkenis met ringelo rangelo)

AAAA, beee, cee,
De hond ging mee,
De kat bleef thuis,
Piep, zei de muis,
In ’t zomerhuis

Onder de toren,

werd geboren,
Piet of Nel,
Wie kies jij wel?
bij de keuze van de naam Piet: Dan ben jij het niet.
bij de keuze van de naam Nel: Dan ben jij het wel.

Ake take noten kraken,
elleke welleke tia tros,
koffie, jij bent los.

In de wei daar lag een boom.
In die boom daar lag een nest.
In dat nest daar lag een ei.
In dat ei daar lag een brief.
Op die brief stond geschreven:
wie is je vrijer of je lief?

aftelrijmpjes 08ik ging naar de bakker,
'k kocht een brood;
'k kreeg twee bollekes
een geel en een rood:
welk bolleke kiest gij?
Rood? Dan ben jij morgen dood

Onder de piano lag ne brief.

Nen hele dikke brief.
Nen hele mooie brief.
Op die brief daar stond geschreven:
Wie is uw vrijer of uw lief?
Hoeveel kusjes geef jij hem/haar per dag?
... (een getal naar keuze in te vullen)
Dan ben jij eraf!


Onder de brug van Balen lag nen dikke stront.
De meester kwam hem halen, in zijn blote kont.
Pief, poef, paf, en jij bent ervan af.

aftelrijmpjes 09Inke tinke Filmalinke, inke tinke taf, ‘k lag int graf
met een potje zalf en de rest is er van af

Wie het eerst de sterren ziet
Krijgt een tik maar is hem niet
Maar de laatste van de rij
Moet hem zijn en dat ben jij
Hinkele pinkele poren
een haas heeft lange oren
een olifant een lange snuit
een varken heeft een roze huid
een paardje lange benen
een kikker lange tenen
een schaapje heeft een wollen jas
een kangoeroe een kindertas
hinkele pinkele paf
jij bent af.
Ikke pikke porretje
De meester heeft een snorretje
de meester heeft een sik
af ben ik
op de toren stond Mariette
een van de jagers schoot in haar tet
ai, zei marietje
een stukske van mijn tetje
pief poef paf
en gij zijt er van af.

Jantje ging naar schole
Jantje kon zijn lesse niet
De meester kon ze zelve niet
De meester nam zijn stokje
Sloeg op Jantjes kopje
Jantje nam zijn penne
En stak de meester dood
Mijnheer is gestorven
Ten achten van de morgen
Mijnheer is begraven
Ten achten van den avond.

aftelrijmpjes 10Meester mag ik naar huis gaan
Ik heb zoveel mijn best gedaan
Om te lezen om te schrijven
De meester begon te kijven
Hoe meer dat de meester kijft
Hoe beter dat mijn penne schrijft

Een aardig aftelrijmpje en een goede oefening voor de kinderen op de OO van noord, oost, poort, vloog, troost…

Noordje noord
Belde aan de poort
Westje west
Vloog in het nest
Zuidje zuid
Klopte op de ruit
Oostje oost
Kwam om wat troost
(De vier winden – Jan Vercammen)

Hoe laat is het wel
Twaalf uur mevrouw
Wie heeft dat geteld
De klok op de schouw
Wie was er in huis
De kleine muis
Wat deed ze daar
Ze kamde haar haar
Waarom deed ze dat
Ze kwam uit het bad

Waar is ze gegaan
Naar ’t bal op de maan
Van de maan naar de zon
Zo snel ze maar kon
Van de zon naar de sterren
Zo hoog en zo verre
In één, twee, drie
Zie, zie, zie
De sterren de zon en de maandag
gij zijt er aan

Aftelrijmpjes

André Desmidt

Heyst Leeft
2020
01
004-010
BV
2026-01-19 16:23:23